algemene inleiding

De diversiteit in onze samenleving is sterk toegenomen. In deze handleiding zien we diversiteit als een realiteit met heel veel uitdagingen en kansen. Het samenleven tussen mensen hangt immers in grote mate samen met de manier waarop mensen en professionals in verschillende domeinen deze diversiteit weten te bespelen. Daar wil deze handleiding op een positieve manier toe bijdragen.

 

Diversiteit kan gaan om alle mogelijke verschillen die kunnen bestaan tussen mensen die in onze maatschappij samenleven, op vlak van gender, huidskleur, sociale achtergrond, seksuele geaardheid, lichamelijke en verstandelijke mogelijkheden, levensbeschouwing, leeftijd, etniciteit …

 

Onderwijs loopt in dit transitieproces voorop. Daarom zal onze focus voornamelijk op de school- en klascontext liggen. Uiteraard zijn een aantal tools ook bruikbaar voor jongerenorganisaties en andere mogelijke onderwijspartners.

 

Verschillen tussen mensen leiden sowieso soms tot conflicten. We beschouwen daarom diversiteit als een uitdaging die we op een creatieve manier proberen te benaderen. Ook de duurzaamheid van onderwijs en jongerenorganisaties zal in grote mate afhangen van de professionaliteit waarmee professionals de diversiteit onder de jongeren op een creatieve wijze weten te bespelen.

Vertrekkend vanuit Europese inzichten bieden we een theoretisch kader aan rond preventie van radicalisering en polarisering op school. Vervolgens bespreken we casussen van polarisering die zich binnen scholen voordoen. We ondersteunen scholen met het schetsen van de kaders die van toepassing zijn, hoe vanuit het pedagogisch project van het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, polarisering op school en in de klas pedagogisch-didactisch aangepakt kan worden en we eindigen telkenmale met aanbevelingen daarop van de RAN-expert Karin Heremans en de diversiteitsexperts van Ceapire, Cherif El Farri en Kürsad Kozelo. Onze tools en richtlijnen kunnen ook door andere onderwijsnetten en jongerenorganisaties gebruikt worden.

 

  • Enerzijds willen we scholen, onderwijsprofessionals en jongerenorganisaties ondersteunen in het omgaan met etnische, culturele en levensbeschouwelijke diversiteit.
  • Anderzijds biedt deze EUROGUIDE alzo een kader aan ter preventie van problematische radicalisering en polarisering.
  • Op basis van gesprekken met verschillende focusgroepen bestaande uit directies, beleidsmedewerkers, leerkrachten, CLB-medewerkers, stedelijke experten en casusmanagers verspreid over heel Vlaanderen, reiken we met deze handleiding een gedeeld en verbindend kader aan en tonen we hoe we deze diversiteit als een kracht en meerwaarde kunnen aanwenden: niet alleen in klas- en schoolgebeuren maar ook voor de realisatie van het samen leren samenleven, breed maatschappelijk. We reiken tevens een aantal tools aan om te kunnen omgaan met polarisatie en controversiële en gevoelige thema’s die ook gelinkt kunnen worden met etnische, culturele en levensbeschouwelijke diversiteit. Daarnaast schenken we ook aandacht aan fake news en complotdenken. Ook de gevolgen van de recente COVID-19-pandemie laten we niet onbesproken.
  • We adviseren dat degenen die deze EUROGUIDE gebruiken, zich in de eerste plaats openstellen zonder enige vooringenomenheid naar de ander. Deze laatste moet immers het gevoel hebben dat hij/zij aanwezig is om geholpen te worden en niet om beoordeeld te worden. Aangezien de gesprekspartner zich in geen enkel geval geculpabiliseerd mag voelen, is het belangrijk om diens gedrag steeds te koppelen aan de context waarin hij/zij zich bevindt.

Het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap is het officieel onderwijs dat georganiseerd wordt voor en door de Vlaamse Gemeenschap. In uitvoering van de Belgische grondwet waarborgt het Gemeenschapsonderwijs de vrije keuze van ouders en kinderen op kwaliteitsvol onderwijs in Vlaanderen en Brussel. In deze handleiding vertrekken we vanuit het Pedagogisch Project van het GO! en verbinden we het omgaan met etnische, culturele en levensbeschouwelijke diversiteit aan ons Pedagogisch Project:

 

  • Het PPGO! stelt het ‘Samen leren samenleven’ als een kernopdracht voorop, en benadrukt daarmee dat alle mensen in onze samenleving over bestaande verschillen heen met elkaar verbonden zijn door gemeenschappelijke grondrechten en democratische basiswaarden. Wederkerigheid in menselijke relaties staat hierbij centraal.
  • Het PPGO! stelt dat het actief omgaan met alle vormen van diversiteit een ‘toegevoegde waarde’ is bij het realiseren van haar opdrachten. We besteden veel aandacht aan het erkennen en benutten van diversiteit, aan de pedagogische mogelijkheden en leerkansen die levensbeschouwelijke, etnische en culturele diversiteit ons ‘aanbiedt’.[1]

 

We ondersteunen de diverse casussen met goede praktijkvoorbeelden uit verschillende scholen.

In die zin ontwikkelt het GO! ook een ‘Handleiding voor het omgaan met levensbeschouwelijke, etnische en culturele diversiteit’. De klemtoon in die handleiding ligt minder op de preventie van radicalisering en polarisering, wat het terrein van deze EUROGUIDE is, maar op het aanreiken van concrete handvatten voor een goed diversiteitsbeleid op school en in de klas, en geeft daarbij ook concrete praktijkvoorbeelden.

[1] GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, “Het Pedagogisch Project van Het GO! (Kortweg: PPGO!),” g-o.be (GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, 2017), https://www.g-o.be/het-pedagogisch-project-van-het-go-kortweg-ppgo/.

In deze handleiding nemen we ook de inzichten mee van de RAN-education werkgroep[1] die werd opgestart in 2015 onder impuls van de Europese Commissie.

 

De Europese Commissie (DG-Home)[2] wil het beleid omtrent preventie en opvolging radicalisering van onderuit voeden en stimuleert een multidisciplinaire aanpak tussen verschillende beleidsniveaus en maatschappelijke actoren, zowel horizontaal als verticaal.

 

Bij de opstart van de RAN education werkgroep in 2015 werd een onderwijsmanifest geschreven: het RAN MANIFESTO FOR EDUCATION’[3]. Dit manifest vormt het startpunt voor het beleid ter preventie van radicalisering en polarisering op Europees niveau. Deze EUROGUIDE onderschrijft de Europese doelstellingen.

De doelstellingen van het ‘RAN MANIFESTO FOR EDUCATION’ situeren zich op vier niveaus en worden meegenomen bij de bespreking van de items in de EUROGUIDE.

 

  • De school


Scholen dienen sociaal veilige en respectvolle leeromgevingen te zijn waar preventie fundamenteel is en een prioriteit. Vooreerst dienen scholen de problematiek omtrent radicalisering en polarisering bespreekbaar te durven en te kunnen maken. Vervolgens dienen ze een heldere visie hieromtrent te ontwikkelen.  Scholen dienen ook innoverend te denken via klas-en vakdoorbrekend werken rond Actief burgerschap en kritisch denken. We ondersteunen hen bij het gebruik van onlinehulpmiddelen en het ontwikkelen van sterke partnerschappen om radicalisering in een vroeg stadium op te sporen. Tot slot zijn we voorstander van brede open scholen die voortdurend de link leggen met de samenleving, die niet alleen de ouders maar ook de leerlingen zelf betrekken bij preventie. Zorgverleners en pedagogische begeleiders kunnen scholen ondersteunen in een continuüm van preventie tot zorg.

Voor het curatieve/probleemgerichte luik ontwikkelen we speciale trainingen. We geven tevens de tools mee om te handelen in noodsituaties.

 

  • De leerkracht

 

Leerkrachten of eerstelijnsmedewerkers spelen een cruciale rol bij de preventie van radicalisering die leidt tot gewelddadig extremisme. Het is onze doelstelling hen via intense teamwerking weerbaar te maken en hen te ondersteunen bij de ontwikkeling van hun capaciteiten zodat ze weten wat speelt en wat ze kunnen of moeten doen.  Ongeacht de herkomst van de uitingen van radicalisme willen we de leerkracht en de eerstelijnsmedewerker in staat stellen om de problematiek te benoemen en aan te pakken alsook moeilijke gesprekken te kunnen voeren. vb. over de evolutieleer, de rol van de vrouw, wederzijds respect … We reiken tevens een aantal tools aan om polarisering in verschillende situaties te vermijden. Extra trainingen, coachings en vormingen zijn eveneens mogelijk.

 

  • De partners

 

Scholen en zorgverleners kunnen een belangrijke rol spelen bij preventie, doch ze kunnen het niet alleen. Partnerschappen maken de bestrijding krachtiger. We streven naar een multidisciplinaire aanpak waarbij zowel ouders, hulporganisaties, NGO’s en andere organisaties die zich richten op preventie, als politie en justitie betrokken worden. Dit moet ervoor zorgen dat zowel op preventief als curatief niveau de juiste afspraken gemaakt worden om een integrale aanpak te verzekeren. Daarom promoten we Open en Brede scholen.

 

  • De overheid   

 

Als Onderwijspartners in de EU dienen we de verschillende overheden op hun verantwoordelijkheid te wijzen voor het scheppen van de (rand)voorwaarden die scholen en partners nodig hebben om een effectieve rol te spelen bij preventie en opvolging van radicalisering die leidt tot gewelddadig extremisme. We vragen aan de verschillende overheden een duurzame organisatie en financiering te bieden om een aanpak op maat binnen scholen mogelijk te maken en om scholen te faciliteren via extra maatregelen. Vice versa vragen we op regelmatige basis feedback aan de scholen om van onderuit het beleid te voeden.[4]

Naar Europese aanbevelingen bepleit deze EUROGUIDE een combinatie van verschillende narratieven ter preventie van radicalisering:

 

  • Connective narrative:
    Het is belangrijk een sterke focus te leggen op verbinding tussen jongeren en hun leerkracht of hulpverlener. De EUROGUIDE vertrekt hierbij vanuit een sokkel gedeelde humanistische basiswaarden. Wederkerigheid en een sterk participatiebeleid zijn hierbij een prioriteit.
  • Counter narrative:
    In samenwerking met deskundigen kunnen foute narratieven gecounterd worden. Een islamdeskundige bijvoorbeeld, kan islamitische radicalisering belichten en problematische Koranverzen counteren door een historische contextuele analyse. Bij extreemrechtse of extreemlinkse radicalisering worden bv. geschiedenisleerkrachten betrokken. Voor antivaxers neemt de EUROGUIDE de input van wetenschappers mee.
  • Alternative narrative :
    Kwetsbare jongeren zijn vaak op zoek naar alternatieven, het is belangrijk deze aan te bieden. Samen met verschillende Europese onderwijspartners zetten we in op Actief burgerschap, mediawijsheid, kritisch denken, brede open scholen.

 

Deze EUROGUIDE koppelt deze drie narratieven aan de vier grote doelgroepen conform de Europese aanbevelingen uit het RAN Manifesto[5]:

  • Scholen die een preventiebeleid dienen te ontwikkelen
  • Leerkrachten en eerstelijnsmedewerkers die in de frontlinie staan en die ondersteund en gevormd dienen te worden
  • Partners die scholen en leerkrachten ondersteunen bij het uitwerken van hun beleid
  • Overheden die de noodzakelijke beleids- en financiële kaders dienen te voorzien

Verder bepleit de EUROGUIDE een holistische, multidisciplinaire aanpak waarbij scholen een deel van de samenleving zijn en waarbij er een voortdurende interactie is tussen de school, de ouders en de andere partners uit de omgeving. De school is geen afgelegen eiland. Samenwerking, inbedding in een lokale context staan centraal in de visie. In dit schoolmodel staat de school in het centrum van de samenleving, gaat ze verbindingen aan en maakt ze deel uit van netwerken op drie grote domeinen: het pedagogisch-
didactisch domein, het domein van zorg en welzijn en het domein van fysieke en sociale veiligheid.[6]

Sinds 2015 neemt het fenomeen van radicalisering voortdurend nieuwe gedaanten aan. Bovendien is ook de politieke context in Europa aanzienlijk veranderd. Eveneens wakkert de COVID-19-pandemie heel wat polarisatie, fake news en complotdenken aan. Het onderwijs moet inspelen op al die veranderende contexten en uitingen van radicalisering en polarisering. Innovatieve benaderingen en methodes dienen ontwikkeld te worden om een duurzaam preventiebeleid te creëren, dat het fenomeen van toenemende en complexe polarisatie in onze samenleving indijkt.

 

Preventie vereist een duurzaam allesomvattend actieplan. De aantrekkingskracht van (gewelddadig) extremisme beperkt zich niet tot de verhalen en de ideologie. Het speelt ook in op sociaal-emotionele behoeften en uitdagingen, verbonden met bredere vragen over identiteit, over verbondenheid (waar hoor ik thuis?) en gebrek aan perspectieven. Extremistische ideologieën en bewegingen zijn bijzonder aantrekkelijk voor jongeren en jongvolwassenen in hun zoektocht naar hun identiteit en hun plaats in de samenleving. Dit komt door het uitbuiten van de aantrekkingskracht van concepten van een eenvoudige, sterk afgelijnde identiteit en het tegelijkertijd aanbieden van gemeenschapservaringen en solidariteit. Bovendien spelen zelfverklaarde avant-gardistische en alternatieve extremistische bewegingen en tegenculturen handig in op de zo herkenbare zoektocht van jongeren naar manieren om zich af te zetten tegen hun ouders en de maatschappij.

 

Scholen kunnen daarom een belangrijke rol vervullen in het creëren van veerkrachtige omgevingen voor kwetsbare jongeren door de communicatieve, sociale en emotionele vaardigheden aan te scherpen die nodig zijn om de uitdagingen van het volwassen worden het hoofd te bieden en door veilige ruimtes te voorzien waarin dit kan gestimuleerd worden.[7] Dit houdt in dat het zelfvertrouwen en de eigenwaarde van de leerlingen moet gevoed worden en dat ze moeten gesteund worden om een antwoord te vinden op hun existentiële problemen.[8]

 

Het aanleren van sociale vaardigheden is van cruciaal belang om leerlingen in staat te stellen op eigen kracht (empowerment) hun plaats te vinden onder de medeleerlingen (peers) of in de maatschappij, een standpunt in te nemen, op elkaar in te spelen en constructief om te gaan met anderen. Ook sport of kunstvormen zoals muziek, theater, beeldende kunsten … kunnen helend werken om de sociale vaardigheden van jongeren verder te ontwikkelen. Het erkennen van zowel je potentieel als je beperkingen, het bewust worden van je emoties en manieren vinden om ze te uiten: deze vaardigheden vergemakkelijken het omgaan met anderen en versterken sociale contacten. Hierbij wordt een confronterende houding, agressie of geweld bij jongeren minder waarschijnlijk.

 

Vandaar dat het noodzakelijk is dat leraren, opvoeders, scholen en jongerenorganisaties zich ontwikkelen om te kunnen inspelen op deze nieuwe preventiebehoeften. Het team moet opgeleid en uitgerust zijn met sociaal-educatieve tools om mogelijke gevallen van radicalisering in verschillende stadia doeltreffend te kunnen identificeren en aan te pakken. Op beleids- en politiek niveau is dan weer substantiële ondersteuning vereist om de noodzakelijke kaders en vormingen voor dit preventiebeleid te voorzien.[9]

Vooreerst moet de terminologie gehanteerd op dit gebied verduidelijkt worden: termen zoals ‘radicaal’, ‘radicalisering’, ‘extreem gedachtegoed’ en ‘extremisme’ kunnen tot verwarring leiden en aanleiding geven tot debat, indien ze dubbelzinnig zijn.

 

Radicalen en radicale ideeën hoeven ook niet noodzakelijk ongerustheid op te wekken. De term radicalisme wordt al gebruikt sinds de 19de eeuw om vernieuwende of revolutionaire ideeën te benoemen, en kan vandaar ook verwijzen naar een positief perspectief of doel eerder dan een aankondiging van geweld. Maar wanneer radicalisering aanleiding geeft tot haat, gewelddaden, inbreuken op basisrechten en vrijheden van anderen of zelfs extremistisch geweld en terreur, dan moeten we ons uiteraard wel zorgen maken.

 

Wat betreft de ideeën verspreid door diverse extremistische bewegingen, zijn we ons bewust van de significante verschillen in het politieke en religieuze extremisme met betrekking tot de context en de ideologie. Maar er zijn wel overeenkomsten inzake de oorzaken en strategieën en de bijhorende benaderingen om ze te voorkomen. We vinden het daarom belangrijk een duiding te geven aan wat radicalisering is, wat de processen zijn, wat de voedingsbodems zijn en hoe je het kan herkennen. We baseren ons hiervoor op de basistraining die Radar[10] op Europees niveau heeft ontwikkeld alsook op de inzichten van het OCAD[11].

 

[1] https://ec.europa.eu/home-affairs/what-we-do/networks/radicalisation_awareness_network_en

[2] https://ec.europa.eu/home-affairs/index_en

[3] RAN – Radicalisation Awareness Network, “Manifesto for Education – Empowering Educators and Schools,” ec.europe, March 17, 2015, https://ec.europa.eu/home-affairs/sites/homeaffairs/files/what-we-do/networks/radicalisation_awareness_network/docs/manifesto-for-education-empowering-educators-and-schools_en.pdf.

[4] RAN – Radicalisation Awareness Network, “Manifesto for Education – Empowering Educators and Schools”

[5] RAN – Radicalisation Awareness Network, “Manifesto for Education – Empowering Educators and Schools”

[6] Götz Nordbruch and Stijn Sieckelinck, “Transforming Schools into Labs for Democracy – A Companion to Preventing Violent Radicalisation through Education” (RAN Centre of Excellence, October 2018), https://ec.europa.eu/home-affairs/sites/homeaffairs/files/what-we-do/networks/radicalisation_awareness_network/about-ran/ran-edu/docs/ran_edu_transforming_schools_into_labs_for_democracy_2018_en.pdf.

[7] Götz Nordbruch and Stijn Sieckelinck, “Transforming Schools into Labs for Democracy – A Companion to Preventing Violent Radicalisation through Education”

[8] Arie W. Kruglanski et al., “The Psychology of Radicalization and Deradicalization: How Significance Quest Impacts Violent Extremism,” Political Psychology 35 (January 22, 2014): 69–93, https://doi.org/10.1111/pops.12163.

[9] Götz Nordbruch and Stijn Sieckelinck, “Transforming Schools into Labs for Democracy – A Companion to Preventing Violent Radicalisation through Education”

[10] Radar – Bureau voor sociale vraagstukken, “Training Aanpak En Preventie Radicalisering,” Radar Advies, n.d., https://www.radaradvies.nl/producten/training-aanpak-en-preventie-radicalisering/.

[11] OCAD, “Publicaties,” OCAD Belgium, n.d., https://ocad.belgium.be/?cn-reloaded=1.

[12] Rik Coolsaet, “Wat Drijft de Syriëstrijder?,” Samenleving En Politiek 22 (February 2015): 4–13.

[13] Karin Heremans, Mijn Kleine Jihad : Gedeelde Waarden Voor de Samenleving (Antwerpen ; Amsterdam: Houtekiet, 2017).

[14] Radar – Bureau voor sociale vraagstukken, “Training Aanpak En Preventie Radicalisering”

[15]  Karin Heremans, Mijn Kleine Jihad : Gedeelde Waarden Voor de Samenleving

[16] Ceapire en GO! Gemeenschap voor de Vlaamse Gemeenschap, Radicaliseringsroos, December 2020, December 2020.

[17] Karin Heremans, Mijn Kleine Jihad : Gedeelde Waarden Voor de Samenleving

[18] OCAD, “Publicaties,” OCAD Belgium, n.d., https://ocad.belgium.be/?cn-reloaded=1.

[19] Ministerie van Justitie en Veiligheid, “Radicalisering,” Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, n.d., https://www.nctv.nl/onderwerpen/radicalisering.

[20] Dit neemt niet weg dat, zoals we eerder zeiden, radicalisering kan leiden tot een positieve maatschappelijke verandering.

[21] D. Wienke and O. Ramadan, “Polarisatie En Radicalisering Bij Jongeren,” Nederlands Jeugdinstituut, 2011, https://www.nji.nl/nl/Kennis/Publicaties/NJi-Publicaties/Polarisatie-en-radicalisering-bij-jongeren.html.

[22] J. van der Pligt and W. Koomen, “Achtergronden En Determinanten van Radicalisering En Terrorisme” (University of Amsterdam, 2009), file:///C:/Users/Gebruiker/Downloads/90588_325289.pdf.

[23] Hans Moors and Esther van den Reek, “Voedingsbodem Voor Radicalisering Bij Kleine Etnische Groepen in NederlandEen Verkennend Onderzoek in de Somalische, Pakistaanse, Koerdische En Molukse Gemeenschappen” (IVA Policy Research & Consultancy, 2010), https://www.researchgate.net/publication/317342063_Voedingsbodem_voor_radicalisering_bij_kleine_etnische_groepen_in_Nederland_Een_verkennend_onderzoek_in_de_Somalische_Pakistaanse_Koerdische_en_Molukse_gemeenschappen_Deelrapport_literatuuronderzoek.

[24] Karin Heremans, Mijn Kleine Jihad : Gedeelde Waarden Voor de Samenleving

[25] Collin Mellis, “Vraag-En-Aanbod-Model van Mellis,” Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2014, https://www.kinderbescherming.nl/themas/radicalisering-van-jongeren/vraag-en-aanbod-model-van-mellis.

[26] Daan Weggemans, Edwin Bakker, and Peter Grol, “Who Are They and Why Do They Go?  The Radicalisation and Preparatory Processes of Dutch Jihadist Foreign Fighters,” Perspectives on Terrorism 8, no. 4 (2014).

[27] John G. Horgan, “Deradicalization or Disengagement? A Process in Need of Clarity and a Counterterrorism Initiative in Need of Evaluation,” Revista de Psicología Social 24, no. 2 (2009): 291–98, https://www.researchgate.net/publication/299134329_Deradicalization_or_disengagement_A_process_in_need_of_clarity_and_a_counterterrorism_initiative_in_need_of_evaluation.

[28]  Karin Heremans, Mijn Kleine Jihad : Gedeelde Waarden Voor de Samenleving

[29]  Karin Heremans, Mijn Kleine Jihad : Gedeelde Waarden Voor de Samenleving

 

[30] Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, “Vernieuwde Tool Triggerfactoren Radicalisering – Nieuwsbericht – Socialestabiliteit,” www.socialestabiliteit.nl, March 4, 2019, https://www.socialestabiliteit.nl/actueel/nieuws/2019/03/lancering-website-triggerfactoren/index.

[31] Olivier Cauberghs, “Reader Online Extremisme” (Textgain, 2020).

[32] Fathali M. Moghaddam, “The Staircase to Terrorism: A Psychological Exploration.,” American Psychologist 60, no. 2 (2005): 161–69, https://doi.org/10.1037/0003-066x.60.2.161.

Binnen het maatschappelijke debat worden niet-conventionele uitingen of gedragingen al te vaak beschouwd als mogelijke signalen van radicalisering. In ons Contextual Report vermelden we reeds dat het gebruik van de term ‘radicalisering’ niet zonder gevaar is en duiden we de vraag tot nuancering. Immers, radicalisering is niet per se problematisch. Een samenleving heeft radicale meningen nodig om te evolueren. Radicalisme is een verzamelbegrip voor alle overtuigingen die afwijken van de politieke mainstream. Aangezien wij in deze EUROGUIDE vanuit een preventieve blik naar radicalisering kijken, spreken we van problematische radicalisering wanneer de wet wordt overgeschreden en, in een verdere fase, van gewelddadige radicalisering en extremisme als er geweld bij komt kijken.

Het woord radicalisering valt in onze huidige samenleving haast niet meer weg te denken.

Spontaan denken we aan oorlog, aanslagen, Daesh, het Midden-Oosten, islam en religie.

Toch is het belangrijk omzichtig met het woord om te springen.

 

Zonder radicalisme zouden we immers geen vrije pers hebben, geen parlementaire democratie, geen rechtsstaat, geen egalitaire samenleving, geen vrouwenstemrecht. Dat waren immers in de late achttiende en vroege negentiende eeuw bijzonder radicale voorstellen. Ze zijn pas werkelijkheid geworden omdat de eerste ‘historische radicalen’ ervoor gestreden hebben.

 

Inmiddels is de betekenis van het begrip radicaal geëvolueerd. Het wordt soms begrepen als de weigering om overleg te plegen, tot consensus en compromis te komen of als de overtuiging dat verandering drastisch en via revolutionaire middelen tot stand moet komen.

 

In 2004 verscheen de term ‘radicalisering’ zelf pas voor het eerst in een intern document van de EU als mogelijke oorzaak van individuele gevoeligheid voor rekrutering door buitenlandse extremisten.[12] De aanslagen in Madrid en Londen deden het concept, als individueel proces dat leidt tot gewelddadig gedrag, uitgroeien tot het modewoord van de 21e eeuw.[13][14]

 

We merken dat zowel ter linker- als ter rechterzijde van het politiek-ideologische spectrum een opmars van maatschappelijke radicalisering aan de gang is. Deze vertaalt zich vaak via activisme.

 

  • De hardnekkigheid die zich bij klimaatactivisten manifesteert, kan als een vorm van radicalisering worden gezien. Toen jongeren in 2019 onder impuls van Greta Thunberg in heel veel westerse landen spijbelden, botsten ook zij tegen de grenzen van de wet, hier het schoolreglement, en kunnen we dit zien als een vorm van radicalisering. Dit is echter niet problematisch mits het getuigt van een zekere burgerzin en hopelijk mag leiden tot een klimaatbeleid van onze politici. Greenpeace daarentegen wordt beschouwd als een activistische organisatie die radicaler te werk gaat.
  • Ook in domeinen waar het minder evident lijkt, zoals in de dierenrechtenbeweging, zijn vormen van radicalisering in het verleden al omgeslagen naar extremisme en gewelddadigheid, zoals de aanslagen van het Animal Liberation Front in België hebben aangetoond.
  • Ook het fenomeen van de gele hesjes in Frankrijk nam vorig jaar problematische proporties aan en mondde door het toenemend geweld uit in een vorm van problematische maatschappelijke radicalisering.
  • Op politiek vlak is het rechts-extremisme overal in Europa in opmars en signaleren onze veiligheidsdiensten een toenemend aantal gewelddadige acties en aanslagen van extreemrechtse groeperingen. In België zeggen leerkrachten sinds de Pano-uitzending over Schild & Vrienden steeds vaker leerlingen te zien die problematisch extreemrechts gedachtegoed aanhangen.
  • In heel Europa heeft de extreemrechtse Alt-Right beweging vertakkingen. Verschillende Europese landen worden dan ook geconfronteerd met een opkomst van extreemrechtse bewegingen zoals bv. Schild & Vriend in België, de Gouden Dageraad in Griekenland, Génération Identitaire in Frankrijk …
  • De toenemende impact van de ‘Black lives matter’-beweging, ontstaan vanuit maatschappelijke onrecht, is een vorm van maatschappelijke radicalisering die niet problematisch is (tenzij ze uiteraard uitmondt in geweld)
  • Ook de recente COVID-19-pandemie is een voedingsbodem voor radicaal gedachtegoed, zowel ter linker- als ter rechterzijde.

 

Zochten leerkrachten en jongerenwerkers vroeger hulp omdat ze met fundamentalistische moslimjongeren in aanraking kwamen, dan hebben ze nu vragen over een ruime waaier aan radicale en extremistische stromingen. Net daarom willen we dan ook benadrukken dat radicalisering zich niet beperkt tot religieus geïnspireerde groepen, maar voorkomt bij heel wat ideologische strekkingen.

 

De termen radicalisering, extremisme en activisme zijn begrippen die vaak door elkaar worden gebruikt. Het gaat echter om drie termen nauw met elkaar verbonden, doch met elk een verschillende betekenis.

 

Radicalisering is geen welomschreven begrip, maar eerder een subtiel proces dat start bij activisme dat binnen de grenzen van de wet blijft, kan overvloeien naar radicalisme dat de grenzen van de wet aftast en uiteindelijk kan omslaan naar gewelddadig radicalisme en gewelddadig extremisme. De grens, zo blijkt, is de wet.[15]

 

 [16]

 

Onze radicaliseringsroos illustreert de brede waaier aan mogelijkheden van radicalisering:

 

 

In de kern van het diagram is het concept ‘democratie’ terug te vinden dat als uitgangspunt dient voor onze samenleving. De democratie biedt mensen de gelegenheid hun stem te laten horen door participatie en mee te doen aan verkiezingen. Alle idealen die worden nagestreefd op parlementaire en democratische wijze vallen binnen de termen van de democratische rechtsstaat. De regels die daarin gelden zijn vastgelegd in de grondwet en beschrijven onder meer de grondrechten van de burgers.

 

Wanneer mensen hun idealen verwezenlijken op buitenparlementaire maar legale wijze, spreken we van activisme. De buitenste strook van het diagram staat voor mensen die in het verwezenlijken van hun idealen, of doelstellingen, de grenzen van de democratische rechtsstaat overschrijden: extremisme. Op het moment dat de wet overschreden wordt, is er sprake van strafbare feiten. Dat is bv. het geval als er geweld gebruikt wordt. Radicaliserende individuen bevinden zich dus in een proces en dat proces wordt problematisch als zij zich steeds meer ontwikkelen in de richting van extremisme en als, om hun doel te bereiken, het inzetten van ondemocratische middelen voor hen steeds reëler wordt.[17]

 

Het OCAD[18] en NCTV[19] definiëren het als volgt:

 

  • Activisten verkondigen hun idealen binnen de grenzen van de wet, waarbij het niet eens uitgesloten is dat die idealen de wet in vraag stellen. Bijvoorbeeld: Greta Thunberg en haar klimaatactivisten, Amnesty International …
  • Radicalisering is een proces waarbij individuen of groepen van individuen zo beïnvloed worden dat ze mentaal gekneed worden, daar steeds meer persoonlijke consequenties aan verbinden en in een verdere fase mogelijk bereid zijn om terroristische handelingen te plegen. Bijvoorbeeld: de jongeren die beïnvloed werden door de ronselaars om naar Syrië te vertrekken.[20]
  • Extremisme wordt omschreven als een verzameling van racistische, xenofobe, anarchistische en nationalistische ideeën én politieke, ideologische, religieuze of filosofische standpunten die in strijd zijn – in theorie of in de praktijk – met de beginselen van de democratie of de rechtsstaat. Bijvoorbeeld: Alt-Right Movement, Nation, Génération identitaire, Sharia4Belgium.
  • Bij gewelddadig extremisme wordt geweld gebruikt tegen personen of materiële belangen om ideologische of politieke redenen met het doel zijn doelstellingen door middel van terreur, intimidatie of bedreigingen te bereiken. Bij deze extreemradicale wij-zij-polarisatie wordt de ander verketterd en gedehumaniseerd. Alle tegenslagen in het leven, alle moeilijkheden waarmee jongeren geconfronteerd worden, worden herleid tot ‘de schuld van de ander’. Bijvoorbeeld: IS, neonazi’s, Blood & Honour …

 

Samenvattend kunnen we stellen dat er sprake is van radicalisering als:

 

  • jongeren ingrijpende maatschappelijke veranderingen voorstaan, die de democratische grenzen van de samenleving aftasten en zouden kunnen bedreigen.
  • jongeren in een proces zitten van denken naar doen. Het radicale gedachtegoed in combinatie met het ervaren onrecht bepaalt in toenemende mate hun handelen en gedrag.

Een radicaliseringsproces ontstaat niet zomaar. Daar is een voedingsbodem voor nodig, die voor iedereen anders kan zijn, maar waarvoor de kiem toch meestal gelegd wordt in de jeugd. Deze voedingsbodem is onder andere afhankelijk van de veerkracht van de jongere zelf, de risico’s en beschermende factoren die er zijn in zijn sociale omgeving.

 

Volgende elementen kunnen op negatieve wijze bijdragen aan radicalisering[21] :

 

  • een slecht sociaal netwerk, isolatie of vervreemding;
  • een problematische identiteitsontwikkeling (bv. eenzaamheid, gepest worden);
  • de aanwezigheid van radicale personen in de directe omgeving;
  • een persoonlijke crisis (bv. door scheiding, conflicten of ontslag);
  • frustrerende gebeurtenissen die naar grieven kunnen leiden;
  • persoonlijke gebeurtenissen die leiden tot gevoelens van schaamte en schande;
  • slechte schoolprestaties, slechte arbeidsmarktkansen;
  • systematische discriminatie of uitsluiting;
  • psychische problematiek;
  • drank- en drugsgebruik.

 

Hoewel er geen algemene beschrijving te geven is voor een voedingsbodem die voorspelt of jongeren gaan radicaliseren, blijkt uit verschillende onderzoeken wel dat we een uitspraak kunnen doen over het risico op een negatieve ontwikkeling wanneer er sprake is van een combinatie van verschillende risicofactoren. Hoe meer risicofactoren er aanwezig zijn, hoe groter de kans dat een jongere een negatief ontwikkelingspad bewandelt.

 

Daarnaast weten we dat maatschappelijke achterstand en ervaren discriminatie factoren zijn die bijdragen aan die voedingsbodem. Door deze ervaren achterstelling is de hang naar bevestiging en ‘ergens bij te horen’ groot. De kans bestaat dat de jongere zijn identiteit meer en meer gaat ontlenen aan één bepaalde groep. Met andere woorden: er is sprake van een verenging van de identiteit. Wanneer deze groep steeds belangrijker gaat worden, de leden van het gezelschap zich vooral richten op de eigen groep en er weinig uitzicht is op persoonlijke verandering en verbetering buiten de groep, dan is er sprake van een potentiële voedingsbodem voor radicalisering.[22] Moors en Reek Vermeulen[23] voegen daar nog een element aan toe: er moet ook een aanbod zijn van ideologische ideeën. Wanneer vraag en aanbod tegelijkertijd aanwezig zijn en op elkaar aansluiten, dan is er risico op een proces van radicalisering.[24]

 

Met andere woorden, wanneer jongeren met identiteitsvraagstukken worstelen en er gevoelens zijn van onrecht (vraag) en er een ideologie blijkt te zijn die antwoorden biedt op hun problemen (aanbod), kan er sprake zijn van een match: ‘de cognitieve opening’. Deze wordt visueel gemaakt in onderstaande figuur van Mellis.[25]

 

 

 

 

Een belangrijk aspect van de voedingsbodem voor radicalisering is de fanatieke betrokkenheid bij internationale ontwikkelingen, dit betreft zowel de onrust en het ervaren onrecht in de islamitische wereld als de opkomst van extreemrechtse partijen in Europa. Ook andere internationale spanningen kunnen bijdragen aan de voedingsbodem voor radicalisering. Wanneer jongeren en hun idealen op drift raken, is er een belangrijke rol weggelegd voor zowel ouders, leerkrachten, de school als iedere persoon die in contact komt met de jongere.

 

Belangrijk bij het proces van radicalisering is het gegeven dat er geen eenduidig profiel bestaat, er is een grote verscheidenheid aan casussen. Daarom dienen we voorzichtig te zijn met afvinklijstjes die verspreid worden. Er is geen herkenbare reeks kenmerken te benoemen van personen die radicaliseren. De processen van radicalisering zijn heel verschillend van geval tot geval. Ook de signalen die jongeren laten zien, geven over het algemeen zelden een duidelijk en volledig beeld.[26] Sommige factoren zijn van cruciaal belang voor de betrokkenheid van een persoon, terwijl dezelfde factoren voor anderen slechts een kleine of zelfs geen enkele rol spelen.[27] Wel zijn jongeren met psychiatrische problematiek en/of minderbegaafde jongeren extra vatbaar en gevoelig voor ronselaars.

 

Volgende factoren kunnen duiden op een proces van radicalisering, doch let wel ze zijn richtinggevend niet duidend:

 

  • De houding tegenover de maatschappij en autoriteiten
  • Het gebrek aan of toenemend gevoel ergens bij te horen
  • De vriendengroep die plots verandert
  • Kledij en uiterlijk die in verschillende richtingen kunnen evolueren
  • Het woordgebruik dat plots erg agressief en aanvallend kan worden
  • De manier van contact maken met jou/de sociale groep/gezin en familie: dit is wel de belangrijkste indicator, als je het gevoel hebt geen connectie meer met de jongere te hebben, geen empathisch gesprek te kunnen voeren is er een probleem
  • De schoolprestaties die plots dalen
  • Schoolverzuim of spijbelen
  • De vrijetijdsbesteding die plots verandert: veel voor de computer zitten, games, dwangmatig sporten, intense geplande activiteiten[28]

 

KLIK HIER OM DE VIDEO TE BEKIJKEN

 

In het hele proces van radicalisering zijn er steeds triggerfactoren die het proces kunnen versnellen, vertragen of zelfs terugdraaien. Triggers zijn gebeurtenissen die ertoe leiden dat mensen open komen te staan voor een nieuwe ideologie of een nieuw wereldbeeld. Deze triggerfactoren leiden tot verdere radicalisering of leiden het in. De school staat immers midden in de samenleving en leerlingen zijn gevoelig voor gebeurtenissen rondom hen. Maatschappelijke, politieke en persoonlijke gebeurtenissen kunnen een sterke impact hebben op het functioneren van mensen. Triggerfactoren kunnen van alles zijn: een plots overlijden van een dierbare, een relatiebreuk, een slecht rapport … Triggerfactoren kunnen een katalyserende rol hebben en een radicaliseringsproces zowel versterken als verzwakken.[29] De Tool Triggerfactoren van het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderscheidt triggerfactoren op persoonlijk-, groeps- en samenlevingsniveau en illustreert zeer goed het belang van triggerfactoren in een radicaliseringsproces. [30]

 

Ook diverse onderzoekers hebben zich doorheen de jaren gefocust op verklaringsmodellen die de grondoorzaken van ‘radicalisering’ verklaren binnen een geslaagde procesbenadering zoals het trappenhuis van Moghaddam.

 

Het trappenhuis van Moghaddam

[31]

 

De Iraans-Amerikaanse hoogleraar psychologie Fathali Moghaddam omschreef de weg die wordt afgelegd naar gewelddadig terrorisme meer dan tien jaar geleden als een soort trappenhuis, in zijn artikel ‘The Staircase to Terrorism’ in American Psychologist.[32]

Het trappenhuis dat Moghaddam beschrijft is een metafoor voor een proces waarin mensen terechtkomen en waarbij ze telkens een verdieping hoger klimmen. Op elke verdieping blijven er grote groepen mensen achter, maar de kleine groepen die verder klimmen zien steeds minder alternatieven voor gewelddadige actie, tot op de bovenste verdieping van het trappenhuis enkel actoren overblijven die tot mensonterende terroristische activiteiten overgaan.

 

  • In de benedenverdieping van het trappenhuis ontstaat bij sommige mensen frustratie die gevoed wordt door al dan niet terechte ervaringen van onrechtvaardigheid, armoede of discriminatie. De meeste mensen blijven echter op de begane grond, zolang ze hun eigen levensomstandigheden als rechtvaardig beschouwen.
  • Toch gaat een groep mensen de trap op naar de eerste verdieping. Daar zoeken ze naar positieve manieren om het reële of vermeende onrecht te bestrijden. Het is de plek waar mensen besluiten iets aan hun omstandigheden te doen of zich in te zetten voor de groep waarmee ze zich identificeren en waarvan ze vinden dat die onrechtvaardig behandeld wordt.
  • Als die pogingen geen succes blijken te hebben, klimt een boze groep verder op in het trappenhuis, waar ze op zoek gaat naar de schuldige van het onrecht, een concrete vijand die verantwoordelijk wordt geacht voor het onrecht. Dat kan de overheid zijn, de tekenaar van spotprenten of een specifieke groep mensen, zoals etnische of religieuze groepen …
  • Van zodra de vijand geïdentificeerd is, kan er door weer een kleinere groep verder geklommen worden naar de derde verdieping. Daar worden contacten gelegd met gelijkgestemden en wordt een narratief ontwikkeld dat optreden en actie moet rechtvaardigen. Hier krijgt een moreel raamwerk vorm dat de tegenpartij als amoreel kan wegzetten en begint het gebruik van geweld een optie te worden. De derde verdieping kenmerkt zich door toenemend isolement en geheimhouding.
  • Op de vierde verdieping gebruikt een weer kleiner geworden groepje de eerder aangegane contacten om cellen te vormen die vaak een charismatische leider volgen. Het wij-zij-verhaal is hier compleet. In deze cellen is geweld allang geen punt meer. Het wordt als noodzakelijk beschouwd om de vijand te kunnen verslaan. Leden zijn inmiddels totaal geïsoleerd van vrienden en familie en strikte geheimhouding wordt hun opgelegd. De groep verlaten wordt op deze verdieping ook nagenoeg onmogelijk.
  • Ten slotte bereiken fracties van deze kleine groepen de vijfde verdieping, waar effectief tot gewelddadig terrorisme wordt overgegaan. De aanhoudende indoctrinatie kan er inmiddels voor zorgen dat de vijand ontmenselijkt is en daarom afgeslacht kan worden. Ook onschuldige burgers zijn op dat moment gaan behoren tot ‘de vijand’ die bestreden moet worden.

 

Naast het trappenhuis van Moghaddam zijn er tal van modellen in omloop.  Deze modellen proberen de werkelijkheid te beschrijven, maar hebben geen voorspellende waarde. Het individuele proces van radicalisering laat zich dan ook niet vangen in een model of afvinklijstjes. Alle ontwikkelingsmodellen zijn een soort stapelingsmodellen, waarbij men op elke trede weer kan afdalen. Kortom: men kan letterlijk ‘op zijn schreden’ terugkeren. Triggers kunnen dus in beide richtingen werken en door specifieke interventies kan het proces van radicalisering tot stilstand worden gebracht of worden teruggedraaid.

De EUROGUIDE doet een aantal algemene aanbevelingen. We verwijzen hiervoor naar de RAN Manual.[1] Deze gids formuleert aanbevelingen om scholen en jongerenorganisaties voor te stellen als laboratoria voor democratie die radicalisering op een duurzame wijze van antwoord kunnen dienen. Deze ‘laboratoria voor democratie’ zijn onderscheidende pedagogische omgevingen waar de belangrijkste hedendaagse polarisatieproblemen kunnen aangepakt worden. Het zijn omgevingen waar conflicten niet onderdrukt of uit de weg gegaan worden, maar aangesproken en aangewend worden als een kans om te leren en om politieke en sociale verandering te bewerkstelligen.[2]

De kern van het preventiebeleid waar de RAN-werkgroepen[3] de afgelopen jaren meestal naar verwezen is het democratische school- en maatschappij-ethos. Zonder een democratisch ethos, zullen alle verdere elementen die belangrijk geacht worden om extremisme te bestrijden, hun doel missen:

  • We promoten democratische praktijken en waarden
  • We koesteren diversiteit
  • We pakken discriminatie aan
  • We brengen mediawijsheid en mediageletterdheid bij
  • We brengen kennis van religies bij en promoten de interlevensbeschouwelijke dialoog
  • We betrekken studie- en leeftijdsgenoten als gidsen en experten
  • We versterken onze leerkrachten en personeel via vormingen
  • We bouwen een netwerk uit en investeren in samenwerkingsverbanden
  • We stellen procedures op
  • We ontwikkelen depolarisatievaardigheden
  • We zetten in op Actief burgerschap en we voeden op tot burgerzin
  • We betrekken ook de meest betrokkenen, de jongeren zelf [4]

 

Werken met een preventiemodel

 

De Vlaamse scholen gebruiken het Preventiemodel van Johan Deklerck ter ondersteuning voor de ontwikkeling van hun schoolbeleid. Ook al is dit model specifiek voor scholen ontworpen, het is perfect bruikbaar voor jongerenorganisaties en andere.[5]

Dit model omvat 5 preventieniveaus.

  • Niveau 4: Herstellende maatregelen. Het probleem aanpakken, zodra er iets voorvalt op school.
  • Niveau 3: Specifieke preventieve maatregelen. Problematisch gedrag en radicalisering op school onmiddellijk voorkomen.
  • Niveau 2: Algemene preventieve maatregelen. Georiënteerd op het sociale welbevinden van de leerlingen, maatregelen worden genomen als er zich een probleem voordoet.
  • Niveau 1: De algemene levenskwaliteit stimuleren. Het verhogen van het algemene welbevinden van iedereen op school en het democratisch functioneren van de school.
  • Niveau 0: Een brede maatschappelijke context. Politieke, sociale, culturele en ecologische dimensie.
 
 
 

Belangrijke boodschap bij dit model is dat de verschillende preventieniveaus steeds in onderlinge interactie dienen aanwezig te zijn. Als men omwille van een noodsituatie over moet gaan naar een specifieke of zelfs probleemgerichte aanpak, mag men ook de onderliggende niveaus, de algemene schoolcultuur, het pedagogisch project niet uit het oog verliezen.

[1] Götz Nordbruch and Stijn Sieckelinck, “Transforming Schools into Labs for Democracy – A Companion to Preventing Violent Radicalisation through Education”

[2] Karin Heremans, Mijn Kleine Jihad : Gedeelde Waarden Voor de Samenleving

[3]https://ec.europa.eu/home-affairs/what-we-do/networks/radicalisation_awareness_network/topics-and-working-groups/ran-y-and-e_en

[4] RAN – Radicalisation Awareness Network, “Manifesto for Education – Empowering Educators and Schools”

[5] Johan Deklerck and Kees Van Overveld, De Preventiepiramide : Preventie van Probleemgedrag in Het Onderwijs (Leuven ; Den Haag: Acco, 2011).

Op de website van het Departement onderwijs en vorming bepleit de Vlaamse overheid daarom dat onderwijs de leefwereld van elke leerling moet verbreden en zorgen voor de positieve beleving van diversiteit. [1] Vroege en positieve ervaringen met diversiteit kunnen de fundering leggen voor een inclusief en democratisch wereldbeeld. In essentie is het antwoord op radicalisering dan ook al vervat in de inclusieve benadering van diversiteit en de positieve inzet van diversiteit als kracht.

 

GO! scholen hanteren een handleiding ‘Omgaan met levensbeschouwelijke, etnische en culturele diversiteit’. Die handleiding biedt handvatten aan scholen aan om hun diversiteitsbeleid vorm te geven en uit te diepen, en dit zowel op school- als klasniveau.

 

Op schoolniveau betekent dit dat: 

 

  • We van elke leerling een actieve burger maken (Actief burgerschap, leerlingenparticipatie)
  • We discriminatie en racisme aanpakken
  • We een schoolvisie rond diversiteit ontwikkelen
  • We streven naar een gekleurde lerarenkamer
  • We een plaats geven aan de niet dominante stem in school en curriculum
  • We de interlevensbeschouwelijke dialoog stimuleren
  • We een schoolcultuur verzekeren die de levensbeschouwelijke zoektocht van kinderen cultiveert
  • We proactief in dialoog gaan met de gemeenschap
  • We de moeilijk bereikbare ouders bij het schoolgebeuren betrekken
  • We de grenzen benoemen

 

Op klasniveau betekent dit dat iedere onderwijsprofessional:

 

  • een positieve attitude aanneemt en hoge verwachtingen koestert ten aanzien van alle leerlingen
  • zelfkritisch is en het eigen gedrag beoordeelt ten aanzien van leerlingen
  • de moeite doet om haar of zijn leerlingen te leren kennen
  • het verband legt tussen het opbouwen van kennis en de persoonlijke en culturele sterktes van de leerlingen
  • lesmaterialen toegankelijk maakt voor alle leerlingen en ze benadert vanuit verschillende gezichtspunten
  • zich ervan bewust is dat identiteit verschillende lagen heeft en meervoudig is[2]

 

 

[1] Departement Onderwijs en Vorming, “HANDVATTEN VOOR DE PREVENTIE, AANPAK EN OMGANG MET RADICALISERING & POLARISERING BINNEN HOGER ONDERWIJS En VOLWASSENENONDERWIJS” (Departement Onderwijs en Vorming, October 20, 2020), https://onderwijs.vlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/Handvatten_preventie_polarisering_radicalisering_hogeronderwijs_volwassenenonderwijs_20102020.pdf.

 

[2] Karin Heremans, Mijn Kleine Jihad : Gedeelde Waarden Voor de Samenleving

Naar Europees voorbeeld pleit de EUROGUIDE tevens voor een holistische, multidisciplinaire aanpak waarbij scholen een deel van de samenleving zijn en waarbij er een voortdurende interactie is tussen de school, de ouders, en de andere partners uit de omgeving. Samenwerking en lokale inbedding staan dan ook centraal in onze visie. 

 

In België werd hiervoor de Lokale Integrale veiligheidscel inzake radicalisme, extremisme en terrorisme (LIVC-R) opgericht.

 

Complexe problemen zoals gewelddadige radicalisering kennen geen simpel antwoord. Om gepast te reageren is een samenspel nodig van – met elkaar verbonden – interventies op diverse levensdomeinen. We vertalen dit vandaag vaak onder de noemer: een integrale benadering. Zo zal een geradicaliseerd individu niet deradicaliseren door louter het afnemen van zijn paspoort of een kortstondige babbel met een hulpverlener. Er is meer nodig: een geheel van afgestemde en gecoördineerde acties van diverse partners die betrokken zijn bij de opvolging en begeleiding van een individu en zijn omgeving.

 

Daarom werd de LIVC-R in het leven geroepen. De LIVC-R bespreekt als multidisciplinair casusoverleg personen die zich mogelijkerwijs in een radicaliseringsproces bevinden (‘radicaliseringscasussen’) en waarvoor een op maat gerichte begeleiding en opvolging wordt uitgewerkt. Dit overleg vindt plaats onder voorzitterschap van de burgemeester (of zijn/haar vertegenwoordiger) en in aanwezigheid van diensten van het lokaal bestuur (lokale politie, gemeente en OCMW) en sociaalpreventieve organisaties.  

 

Het wettelijk kader van dit overleg is uitgewerkt in de federale wet tot oprichting van LIVC-R en het Vlaams decreet LIVC-R. De wet omvat de centrale krijtlijnen en een aantal voorwaarden waaraan het casusoverleg moet voldoen. De wet doet uitdrukkelijk beroep op artikel 458ter van het Strafwetboek en maakt het op deze manier mogelijk het beroepsgeheim gedurende het casusoverleg op te heffen. Het Vlaamse decreet verduidelijkt de machtiging en de modaliteiten van de Vlaamse diensten en voorzieningen om deel te nemen aan het overleg.

 

Meer informatie over de werking van de LIVC-R kan je terugvinden op Lokale integrale veiligheidscel.[1]

 

[1] Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw, “VVSG Kennisnetwerk,” www.vvsg.be, n.d., http://vvsg.be.

europe logo white

THE E-LEARNING TOOL

EUROGUIDE EU flag

This project is co-funded by the Internal Security Fund of the European Union – GA N° 871038