MAATSCHAPPIJ & IDEOLOGIE

Hoe gaan we om met aanstootgevende spotprenten?

Het publiceren van cartoons van de profeet Mohammed zorgt voor heel wat ophef in de samenleving en in scholen in heel Europa en de rest van de wereld:

  • Denemarken 2005
    • in 2005 publiceerde de Deense krant Jyllands-Posten 12 cartoons over Mohammed. Dit zorgde voor heel wat ophef in Denemarken en bracht Denemarken als land in een moeilijke diplomatische situatie.[1]
  • Frankrijk 2015
    • In 2015 leidde de publicatie van de cartoons Mohammed door het weekblad Charlie Hebdo tot een aanslag in Parijs.[2]
  • Frankrijk 2020
    • In oktober 2020 werd er in Parijs een leerkracht geschiedenis, Samuel Paty, onthoofd na school nadat hij tijdens zijn les over de vrijheid van meningsuiting cartoons van Mohammed zou hebben laten gezien.[3] Dit leidt zowel in Frankrijk als in de rest van Europa tot een debat rond vrije meningsuiting, hoe dit in de klas ter sprake te brengen en de letterlijke interpretatie van bepaalde religieuze teksten.
  • ...

[1] “Cartoons over Mohammed in Jyllands-Posten,” Wikipedia, November 24, 2020, https://nl.wikipedia.org/wiki/Cartoons_over_Mohammed_in_Jyllands-Posten.

[2] “Aanslag Op Charlie Hebdo Op 7 Januari 2015,” Wikipedia, October 9, 2020, https://nl.wikipedia.org/wiki/Aanslag_op_Charlie_Hebdo_op_7_januari_2015.

[3] “Moord Op Samuel Paty,” Wikipedia, January 4, 2021, https://nl.wikipedia.org/wiki/Moord_op_Samuel_Paty.

De leerplannen Geschiedenis zijn het gepaste kader om met dergelijke thema’s om te gaan. Men kan het koppelen aan de lessen rond de Verlichting en de waarden van de Verlichting (2de graad ASO: 2012-010 en 3de graad TSO 2014-018). Vanaf de derde graad (ASO 2014-012 en TSO 2014-018) kan je verder uitbouwen.[1]

 

[1] Vlaamse Overheid, “Onderwijsdoelen En Leerplannen in Het Secundair Onderwijs,” Onderwijs Vlaanderen, n.d., https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/onderwijsdoelen-leerplannen-secundair-onderwijs.

Het GO! ziet het als zijn opdracht om voor jongeren een leefbare en open samenleving te realiseren en daartoe jongeren op te voeden tot democratische, geëngageerde burgers. Ons pedagogisch project ‘Samen leren samenleven’ heeft tot doel kinderen en jongeren te laten ontdekken dat er geen universele waarheid is om filosofische, ideologische en godsdienstige vragen te beantwoorden. Daarbij vertrekken we vanuit een aantal waarden waaronder wederzijds respect, gelijkwaardigheid en openheid. We promoten de vrijheid om zelf keuzes te maken en kritisch te zijn. Ondanks verschillende opvattingen en de superdiversiteit in onze samenleving en in onze scholen, moeten we vooral leren met elkaar samen te leven.

 

We zien diversiteit als een meerwaarde, maar zijn niet blind voor de strubbelingen die dit met zich kan meebrengen. Scholen en leerkrachten worden geconfronteerd met ideologische en levensbeschouwelijke discussies, die in sommige gevallen ook kunnen leiden tot controverse en polarisatie. Het tonen van spotprenten is daar een actueel voorbeeld van.

 

De geschiedenisleerkracht is de geknipte persoon om dit stapsgewijs aan te brengen in de lessen. Het is hier belangrijk te duiden dat de verlichtingsideeën tot stand kwamen, door het machtsmisbruik van de toenmalige heersers in het ancien régime (vorstelijk absolutisme) waarbij de Bastille als groot symbool van die willekeur werd aangevallen in 1789. Ook dient men de keerzijde van de medaille toe te lichten: wat te verbieden en wat niet? Wie beslist? Gaan we dan überhaupt nog mogen spreken over iets? Want er zal altijd wel iemand zijn die zich aangevallen voelt. Het is belangrijk jongeren stapsgewijs mee te nemen in het belang van rechtspraak (en de kans op eerlijke verdediging) én de consequenties van indoctrinatie (het verbieden van anders-denken). 

 

Inzake cartoons is het opvoedkundig van belang om hier een verticale leerlijn op te zetten, waarbij jongeren gaandeweg cartoons leren lezen, interpreteren én hun historisch belang erkennen. Bv. bij het spreken over de reformaties binnen het christelijke geloof in de 16de eeuw (ontstaan protestantisme) werden cartoons gebruikt om ook mensen die niet konden lezen en schrijven te informeren.

 

Vanaf de derde graad (ASO 2014-012 en TSO 2014-018)[1] bouw je verder, sluit elk hoofdstuk af met verschillende cartoons, om het pluralistische karakter van visies weer te geven. En telkens de tekening te koppelen aan de historische context en verder door te analyseren naar 'welke mening over dit onderwerp wordt hier nu afgebeeld?' Het is ook essentieel om de ontkoppeling te doen tussen de cartoonist en de visie die weergegeven wordt.

 

De plaats van humor en satire in verschillende culturen dient eveneens geduid te worden. Immers sommige jongeren kennen dit absoluut niet.

 

Ook verschillende handvatten uit het hoofdstuk polarisatiemanagement zijn hier toepasbaar. Basiswaarden als wederzijds respect, gelijkwaardigheid en openheid staan centraal. Ook de vrijheid om zelf keuzes te maken en kritisch te denken, stimuleren we bij onze jongeren. Belangrijk hierbij is om hen nuances bij te brengen. Je mag boos zijn om iets, maar zodra er geweld bij komt kijken kan het gaan om problematische radicalisering, dus terreur.

 

[1] Vlaamse Overheid, “Onderwijsdoelen En Leerplannen in Het Secundair Onderwijs”

We moeten de nuance in het gesprek blijven brengen en een empathische dialoog voeren. Immers ook in de islam zijn vrijheid en vrije keuze belangrijk. Indien er zich spanningen in een klas voordoen, dient de leraar hier voldoende tijd en ruimte voor vrij te maken en dit gefaseerd aan te pakken. Het is bij uitstek de leraar Geschiedenis die dit opvolgt, al dan niet in samenspraak met de leraar Islam. We proberen de focus te verleggen naar een historische omkadering.

 

Het is eveneens cruciaal te weten dat de Mohammedcartoons van Charlie Hebdo net zo gevoelig liggen omdat Mohammed als een terrorist wordt afgebeeld.

 

  • Stap 1: De Verlichting en de verlichtingswaarden dienen historisch en politiek gekaderd te worden.

  • Stap 2: Vervolgens bevelen we aan de traditie van cartoons en karikaturen uit te leggen en hoe dit leeft in onze samenleving. Het is belangrijk dit te illustreren met casussen die betrekking hebben op onze eigen cultuur. Bijvoorbeeld: ook bij de eerste christenen waren er groeperingen die vonden dat religieuze figuren niet konden worden afgebeeld, de iconoclasten; De film ‘The life of Brian’ van Monty Python zorgde destijds voor heel wat ophef bij christelijke fundamentalisten; ook in de kunstwereld zijn er heel wat gecontesteerde religieuze afbeeldingen ... Het is belangrijk dat de leraar het openbreekt en alle hoeken van de vrije meningsuiting laat zien.

  • Stap 3: Dan gaan we over naar het beeldverbod en plaatsen dit in een contextuele historische analyse (al dan niet samen met de leraar Islam). Hiermee duiden we dat het enkel islamistische stromingen zijn die een letterlijke interpretatie van de Koran of de Hadith aanhangen en dat de hedendaagse islam geweld in naam van een godsdienst afkeurt.

  • Stap 4: Wat extra verhelderend werkt, is de jongeren te laten kennismaken met Arabische miniaturen uit de veertiende eeuw waarop Mohammed, Abraham, Jezus en Mozes te zien zijn.

  • Stap 5: Indien de gemoederen verhit blijven, kan het helpen de jongeren hier een kunstwerk rond te laten maken waar ze hun gevoelens de vrije loop kunnen laten gaan. Voor meer informatie zie: www.athenasyntax.org

europe logo white

THE E-LEARNING TOOL

EUROGUIDE EU flag

This project is co-funded by the Internal Security Fund of the European Union – GA N° 871038