SAMEN LEVEN

Hoe gaan we om met “child returnees”?

In januari 2020 meldden mediaberichten dat Turkije de intentie had spoedig Europese IS-strijders die werden opgepakt bij het offensief in Noord-Syrië terug naar huis te sturen. De situatie van de Belgische kinderen werd onder meer opgevolgd door het OCAD.

 

Volgens de laatste informatie van het Departement Onderwijs zouden er 187 minderjarigen verblijven in Syrië/Irak die een band hebben met België (bv. met de Belgische nationaliteit/verblijfsrecht en/of met ouder(s) die vanuit België vertrokken). Het merendeel van deze groep (105 kinderen) is jonger dan 6 jaar. Ondertussen -januari 2021- keerden reeds enkele kinderen terug.[1]

 

Binnen het RAN[2] is er een algemene consensus dat alle kinderen uit Syrië of Irak slachtoffers zijn met significante trauma’s, verschillend al naargelang leeftijd, geslacht, type trauma of contact met geweld.

 

Het RAN ontwikkelde een RAN Manual. Deze manual onderscheidt volgende types[3]:

 

  • Kinderen van terugkeerders, die geboren of opgegroeid zijn in België en die door één van beide ouders meegenomen zijn naar de conflictgebieden;
  • Kinderen of jongeren die ooit zelf vertrokken en teruggekeerd zijn;
  • Kinderen geboren in terroristische conflictzones en teruggekeerd, al dan niet vergezeld door hun ouders;
  • Kinderen geboren in de EU bij ouders gelinkt aan terroristische organisaties;

 

De RAN Manual onderscheidt ook drie leeftijdsgroepen:

  • 0-3 jaar;
  • 4-10 jaar;
  • 10-17 jaar;

 

[1] Dienst Beleid en Strategie, “Procedure - Opvang & Begeleiding ‘Child Returnees’ - School En Klasniveau” (GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, January 24, 2020).

[2] https://ec.europa.eu/home-affairs/what-we-do/networks/radicalisation_awareness_network_en

[3] RAN - Centre of Excellence, “RAN MANUAL: Responses to Returnees: Foreign Terrorist Fighters and Their Families,” Https://Ec.Europa.Eu/Home-Affairs/Sites/Homeaffairs/Files/Ran_br_a4_m10_en.Pdf (RAN - Centre of Excellence, July 2017).

Een algemeen advies voor het kind is zo snel mogelijk over te gaan naar een algemene manier van leven, hierbij is er dan ook een algemene consensus over het leerplichtgegeven, mits de school deel uitmaakt van het normale leven van een kind

  • De terugkeer van minderjarigen uit Syrië of Irak die een band met België hebben, wordt opgevolgd door het OCAD, het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse. Het OCAD maakte afspraken met het parket, IVA Jongerenwelzijn en het Departement Onderwijs & Vorming (DOV) over de opvolging van minderjarige terugkeerders. Het Departement Onderwijs contacteert op zijn beurt de referentiepersonen van de respectievelijke onderwijsnetten.[1]

Referentiepersonen voor CLB:

  •  

Het spreekt voor zich dat deze kinderen zo spoedig mogelijk naar school dienen te gaan. Het Departement Onderwijs & Vorming werkte een procedure[2] uit voor de toeleiding naar onderwijs van minderjarige terugkeerders uit Syrië /Irak.

Het GO! volgt deze procedure voor de inschrijving en begeleiding van de minderjarige kinderen.

De opvang en begeleiding op school en in de klas wordt ingebed in het lokale schoolbeleid en de verschillende pedagogische projecten van de verschillende onderwijsnetten.

Op basis van de RAN Manual en de specifieke Belgische context, werd een draaiboek[3] ontwikkeld voor onderwijs- en CLB-medewerkers.

De Vlaamse Regering ontwikkelde een beleid rond lokale integrale veiligheidscellen (LIVC’s)[4] die op lokaal niveau worden ingevuld.

De LIVC-R bespreekt als multidisciplinair casusoverleg personen die zich mogelijkerwijs in een radicaliseringsproces bevinden (‘radicaliseringscasussen’) en waarvoor een op maat gerichte begeleiding en opvolging wordt uitgewerkt. Dit overleg vindt plaats onder voorzitterschap van de burgemeester (of zijn/haar vertegenwoordiger) en in aanwezigheid van diensten van het lokaal bestuur (lokale politie, gemeente en OCMW) en sociaalpreventieve organisaties.  

Het wettelijk kader van dit overleg is uitgewerkt in de federale wet tot oprichting van LIVC-R en het Vlaams decreet LIVC-R. De wet omvat de centrale krijtlijnen en een aantal voorwaarden waaraan het casusoverleg moet voldoen. De wet doet uitdrukkelijk beroep op artikel 458ter van het Strafwetboek en maakt het op deze manier mogelijk het beroepsgeheim gedurende het casusoverleg op te heffen. Het Vlaamse decreet verduidelijkt de machtiging en de modaliteiten van de Vlaamse diensten en voorzieningen om deel te nemen aan het overleg.

Meer informatie over de werking van de LIVC-R kan je terugvinden op Lokale integrale veiligheidscel.[5]

[1] Dienst Beleid en Strategie, “Procedure - Opvang & Begeleiding ‘Child Returnees’ - School En Klasniveau”

[2] Onderwijs & Vorming, “Procedure Voor Toeleiding Naar Onderwijs van Minderjarige Terugkeerders Uit Syrië/Irak,” Https://Www.Onderwijs.Vlaanderen.Be/Sites/Default/Files/Atoms/Files/Draaiboek_terugkeerders_06022020.Pdf (Vlaamse Overheid, February 6, 2020).

[3] Onderwijs & Vorming, “Procedure Voor Toeleiding Naar Onderwijs van Minderjarige Terugkeerders Uit Syrië/Irak”

[4] https://preventie-radicalisering-polarisering.vlaanderen.be/tools/lokale-integrale-veiligheidscel-livc

[5] Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw, “VVSG Kennisnetwerk,” www.vvsg.be, n.d., http://vvsg.be.

We baseren ons op Europese ervaringen en aanbevelingen vanuit het RAN dat hiervoor een RAN Manual ontwikkelde.[1]

 

Bij de uitwerking van een lokaal strategisch beleid voor de begeleiding van terugkerende IS-kinderen hanteert de RAN drie basisprincipes:

 

  1.  Een focus op onmiddellijke interventie en normalisering
  2.  Een holistische, multidisciplinaire aanpak
  3. Een aanpak op maat, gebaseerd op een individueel risico- en noden-assessment
     
    1. Een risico-assessment met betrekking tot het risico op problematische radicalisering van het kind of de jongere of met betrekking tot het risico tot het optreden van gewelddadig gedrag bij het kind of de jongere
    2. Een noden-assessment met het oog op het counteren van risico’s of noden die een positieve identiteitsontwikkeling of een positieve schoolloopbaan in de weg staan.

 

Bij de uitwerking van deze principes zijn de school en de leerkrachten een belangrijke factor. Ook de samenwerking tussen verschillende actoren en partners zijn hierbij belangrijk.

 

[1] RAN - Centre of Excellence, “RAN MANUAL: Responses to Returnees: Foreign Terrorist Fighters and Their Families”

Indien de GO! referentiepersonen onderwijs en CLB worden gecontacteerd voor de opvang van één of meerdere ‘child returnees’ overleggen ze eerst samen over een plan van aanpak.

Indien de ouders, voogd of familie kiezen voor een GO! school, overleggen de referentiepersonen GO! CLB & onderwijs op scholengemeenschapsniveau BAO of SO welke school de kinderen kan opvangen. Immers niet elke school is hiervoor geschikt. De school wordt in de mate van het mogelijke voorbereid.

Indien de ouders, voogd of familie gekozen hebben voor een specifieke GO! school, plannen de referentiepersonen GO! CLB & Onderwijs een overleg in met de directie en de CLB-medewerker van de school. De klasleerkracht of klastitularis en de leerlingenbegeleiding van de school worden eveneens betrokken bij dit eerste overleg. De RAN-aanbeveling luidt dat discretie noodzakelijk is en dat op school slechts een beperkt aantal personen op de hoogte dient te zijn.

De referentiepersonen CLB & GO! worden betrokken bij een partner- of rondetafeloverleg  binnen het LIVC. Ook de directeur van de betrokken school en het ankerpunt CLB kunnen op uitnodiging (en vrijwillig) deelnemen aan een dergelijk lokaal partneroverleg. Let wel informatiedeling dient wettelijk vast te liggen, gekoppeld te worden aan een risicoanalyse en te gebeuren in functie van een gemeenschappelijk doel. Belangrijk bij dit partneroverleg is bijgevolg discretie bij het delen van informatie in functie van een gezamenlijke ‘need-to-know’.

De rol van de school, de directeur, de leerkracht … wordt binnen het partneroverleg gedefinieerd. Een gezamenlijk plan van aanpak wordt uitgewerkt. Binnen dit overleg worden ook afspraken tussen verschillende partners gemaakt. Rollen worden verdeeld.

In samenspraak met de ouders, voogd of familie wordt de inschrijvingsprocedure op school opgestart en afgehandeld. Dit loopt parallel met de aanleg van een informatiedossier bij het CLB omtrent medische toestand, vaccinatie e.a.

Naast de checklist voor het CLB is het ook voor de school belangrijk bij de inschrijvingen een aantal items te checken:

  • Wie oefent het ouderlijk gezag uit?
  • Wie mag het kind afhalen?
  • Is er een contactverbod met bepaalde familieleden?
  • Naar wie dient de briefwisseling gestuurd te worden?
  • Heeft het kind reeds school gelopen?
  • Welke taal spreekt het kind?
  • Zijn er mogelijke leerstoornissen?
  • Is er bij screening een leer- & of motorische achterstand vastgesteld?
  • Zijn er aandachtspunten voor de leerkracht? Zo ja welke?
  • Zijn er aandachtspunten voor de medeleerlingen? Zo ja welke?
  • Zijn er bepaalde medische zorgen nodig?

 

Tevens wordt het moment tot effectieve klasdeelname vastgelegd. Mits bij aankomst in België er door de jeugdrechter meestal een acclimatisatieperiode wordt ingelast, verkiezen we hier een periode na een vakantie, wanneer mogelijk meerdere nieuwe kinderen naar de betrokken school komen. Anonimiteit is hier een beschermende maatregel.

In overleg met de directie van de school en de communicatiedienst van GO! centraal wordt een communicatieplan voorbereid. Hieronder een korte uitleg over scenario A en B. Hier wordt dieper op in gegaan in hoofdstuk C.6. Communicatieleidraad bij de procedure, opvang & begeleiding van ‘child returnees’. Deze communicatieleidraad is als bijlage aan de EUROGUIDE toegevoegd.

  • A: Het GO! kiest er bewust voor zelf niet proactief te communiceren doch enkel te communiceren bij vragen. Dit is het ideale scenario dat wordt gehanteerd en waar we naar moeten streven als er zich geen spanningen voordoen en het kind wordt opgevangen en begeleid in een veilige warme leeromgeving. Hiervoor heeft GO! centraal volgend statement voorbereid.

Reacties van ouders kunnen we moeilijk voorspellen. We proberen bij voorkeur er zo weinig mogelijk op te reageren en maken het niet groter dan het is.

Er wordt dus bij voorkeur niet pro-actief gecommuniceerd met de ouders.

  • B: Mocht er toch commotie ontstaan op school of bij ouders, dan heeft GO! centraal naast een aantal algemene richtlijnen een vorm van crisiscommunicatie voorbereid, let wel deze is slechts een leidraad en dient steeds afgestemd te worden op concrete gebeurtenissen kan de school beroep doen op volgende formulering voor een brief of algemene communicatie. We bekijken dan best even de concrete bezorgdheden die er leven, zodat we hierop kunnen inspelen. Uiteraard blijft onze communicatie hierover feitelijk en constructief.

 

Belangrijk bij beide scenario’s is als school te verwijzen naar het Kinderrechtenverdrag.       

Kinderrechten zijn er voor alle kinderen, tussen kinderen mogen we nooit discrimineren.

Ieder kind dient te  worden voorbereid op een zelfstandig leven in de samenleving en te worden opgevoed in de geest van vrede, waardigheid, verdraagzaamheid, vrijheid, gelijkheid en solidariteit. De beste garantie op ‘samen leren samenleven’  is dus dat deze kinderen hun recht op onderwijs gerespecteerd wordt.

Ieder kind dient voorbereid te worden op een zelfstandig leven in de samenleving en te worden opgevoed in de geest van vrede, waardigheid, verdraagzaamheid, vrijheid, gelijkheid en solidariteit. De beste garantie op ‘Samen leren samenleven’ is dus dat het recht op onderwijs van deze kinderen gerespecteerd wordt.

Bij jonge kinderen heeft de leerkracht geen speciale opleiding nodig om met de kinderen om te gaan. Als er nood is aan expertise, kan deze steeds verkregen worden via het CLB. Er wordt allereerst gekozen voor een warme en veilige omgeving voor de kinderen. In klasgesprekken wordt er met de verhalen van de kinderen omgegaan als een ervaring van het kind. Er wordt niet speciaal gereageerd.

Bij oudere kinderen verwijzen we naar de documenten, het actieplan en het draaiboek die eerder door het GO! ontwikkeld werden en waarbij sleutelfiguren werden opgeleid:

https://www.g-o.be/radicalisering-en-polarisering/


Ook de handvatten ontwikkeld door de werkgroep van het departement onderwijs kunnen aan betrokken scholen worden aangereikt. Ook op de site van Klasse vind je een ruim aanbod:

http://www.klasse.be/radicalisering/index.php


Afhankelijk van de individuele noden en de betrokken casus worden leerkrachten van de school voorbereid en/of opgeleid. Beide referentiepersonen kunnen een ondersteuningsaanbod op maat aan de school aanbieden. We verwijzen eveneens naar het eerder genoemde vormingsaanbod van het GO! alsook de vorming polarisatiemanagement uitgewerkt in het item wij-zij denken.

Ook externe organisaties kunnen betrokken worden.

Voor specifieke religieuze items en theologische ondersteuning kan, indien nodig, beroep gedaan worden op de trainers van Ceapire: www.ceapire.be of op het netwerk islamexperten van de Vlaamse regering:

www.netwerkislamexperten.be

Weerbaarheidstrainingen voor leerkrachten en leerlingen kunnen aangevraagd worden via Arktos:

 www.arktos.be

In overeenstemming met de RAN Manual kiezen we voor een holistische visie, waarbij het kind in zijn totaliteit wordt bekeken en waar gefocust wordt op nauwe contacten en verbondenheid tussen de verschillende personen in de naaste omgeving van het kind.

[1] RAN - Centre of Excellence, “RAN MANUAL: Responses to Returnees: Foreign Terrorist Fighters and Their Families”

We ondersteunen de betrokken school hierbij aan de hand van het Bronfenbrenner model dat het belang van de omgeving bij de ontwikkeling van een kind centraal stelt.[1]



  • Zo snel mogelijk naar school = veilige leer- en leefomgeving.
  • Samenwerking school - familie is essentieel!
  • CLB is draaischijf tussen onderwijs-welzijn-familie: opvolging psychosociaal-medisch welzijn.
  • Proactief omgaan met angst voor reputatie – discretie!
  • Betrokken scholen dienen voorbereid! Niet alle scholen kunnen dit.
  • Advies selectie scholen + gezin betrekken + externe ondersteuning, crisiscommunicatie  multi-agency approach.
  • Minimale speciale behandeling (in de klas en daarbuiten).
  • Betrokken leerkrachten dienen opgeleid te worden.
  • Investeren in relatie leerkracht-kind-familie.
  • Risico- en kwetsbaarheidsanalyse is nodig op korte en lange termijn.
  • Ondersteuning met traumaexpertise is nodig (Solentra).
    • De boodschap van dit model is een zo warm mogelijk en veilig netwerk rond het kind te creëren en te investeren in alle belangrijke hechtingsrelaties rond kinderen.Gemeente- en ondersteuningsnetwerken dienen voorbereid en betrokken te zijn lokaal casusoverleg.

 

[1] “What Is Bronfenbrenner’s Ecological Systems Theory?,” Psychologynoteshq.com, 2013, https://www.psychologynoteshq.com/bronfenbrenner-ecological-theory/.

[2] Dienst Beleid en Strategie, “Procedure - Opvang & Begeleiding ‘Child Returnees’ - School En Klasniveau” (GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, January 24, 2020).

europe logo white

THE E-LEARNING TOOL

EUROGUIDE EU flag

This project is co-funded by the Internal Security Fund of the European Union – GA N° 871038