SAMEN LEVEN

Hoe gaan we om met gevoeligheden rond internationale conflicten?

Waarover gaat het?

Wereldwijd worstelen samenlevingen met een gewelddadig verleden, getuige de vele gruwelijkheden, misdaden tegen de mensheid, genocides en oorlogsmisdaden.

 

De al of niet erkenning en aanvaarding van dat gewelddadig verleden en de trauma’s die ermee gepaard gaan, kunnen de sociale samenhang ondermijnen en laten ruimte voor hardnekkige grieven en ‘polariserende stereotypen’. Deze kunnen ook in de klas- en schoolcontext sluipen en het samen leren samenleven onder druk zetten. Leraren voelen zich soms ‘handelingsverlegen’ in dergelijke explosieve situaties.

Welke kaders zijn van toepassing?

Binnen de leerplannen[1]Geschiedenis, zowel van de tweede als derde graad, worden internationale conflicten ruim toegelicht. Uiteraard is het aan de leerkracht zelf zich te documenteren al naargelang de specifieke onderwijsbehoefte van de klas. Ook binnen de vakdidactiek van Actief burgerschap kunnen internationale conflicten aan bod komen, o.a. bij het item mediawijsheid en kritisch denken. Het is aan de leraar om inzichten te ontwikkelen in een aantal perspectieven, om controversiële thema’s bespreekbaar te maken en gesprekken over delicate onderwerpen kwaliteitsvol te begeleiden.

 

[1]https://pro.g-o.be/pedagogische-begeleiding-leerplannen-nascholing/leerplannen/leerplannen-so/nieuwe-leerplannen

Hoe pedagogisch-didactisch aanpakken?

Onderwijs speelt een sleutelrol in het duiden, aanvaarden en verwerken van een gewelddadig verleden. Het kan die polariserende stereotypen ontkrachten en zo opbouwen naar het vormen van positieve identiteitsbeelden. Onderwijs moedigt jonge mensen aan om kritisch na te denken over dynamieken en processen die in het verleden tot conflict en geweld hebben geleid. Het voorziet hen van vaardigheden, attitudes, waarden en normen om het uiteendrijvende proces dat aan dit gewelddadig verleden voorafgaat, te bestuderen en te interpreteren. Op die manier kunnen jongeren ook het heden trachten te begrijpen en zich wapenen tegen gelijkaardige uiteendrijvende processen die zich afspelen in het hier en nu. Onderwijs versterkt de capaciteit van jonge mensen om te leren van het gewelddadige verleden van hun samenleving en bereidt hen voor op de ethische vraagstukken van het heden en de toekomst.

 

Zoals eerder aangegeven is er geen reden om te wachten tot de bom barst om over maatschappelijke en controversiële onderwerpen, en dus ook internationale conflicten, te praten met onze jongeren. Het verdient aanbeveling het gesprek over gevoelige internationale conflicten juist aan te gaan, voordat het woelig wordt.[1] Door jongeren te laten werken rond deze spanningen rond internationale conflicten, leren ze niet alleen met elkaar praten, argumenten geven en elkaars visies onderzoeken; ze leren ook luisteren én het belang van meerstemmigheid erkennen. Dat heeft een waarde op zich. Een open klasklimaat wordt gestimuleerd, jongeren leren constructief omgaan met verschillen en tegenstellingen. Actief werken rond controversiële thema’s kan ook preventief werken.

 

Dit behoort tot de vakdidactiek van Actief burgerschap[2]. Jongeren leren hoe ze met (internationale) conflicten en tegenstellingen kunnen omgaan. Zo kunnen we hopen dat maatschappelijke breuklijnen en polarisatie zich minder acuut zullen doorzetten in de klas en op school (zie p. 73 van Groeien in Actief burgerschap[3]). Van de leraar verwachten we dat zij of hij inzicht heeft in een aantal perspectieven om controversiële onderwerpen bespreekbaar te maken en technieken kent om gesprekken over deze onderwerpen kwaliteitsvol te begeleiden. Ook wordt verwacht dat zij of hij inzicht heeft in diverse perspectieven om controversiële onderwerpen aan bod te laten komen. Zie ook casus ‘Hoe omgaan met controversiële thema’s?’. Naast de lessen Burgerschap bieden ook de lessen Geschiedenis aanknopingspunten.

 

Ook handboeken en curricula kunnen politieke controverse opleveren. Zij vertellen vaak het beeld van het verleden van de samenleving waarin we ons begeven. Ze portretteren daarmee de identiteit van die samenleving. Het is dan ook zaak om handboeken uit te werken die leiden tot verzoening en inclusie. Op deze manier uitgewerkt kunnen handboeken en curricula een deel worden van een langer proces van onderhandeling en van beeldvorming over een conflict of een crisis. In een wereld waarin klassen gevuld zijn met jongeren die hun culturele, historische en religieuze wortels in alle uithoeken van de wereld hebben, moeten we ons afvragen of het verstandig is om ons te blijven focussen op de nationale of regionale geschiedenis ‘van hier’. Niet dat deze daarom van minder belang zou zijn. Maar met Turkse én Armeense, Oekraïense én Russische, Belgische én Congolese jongeren in de klas, kan het toch een meerwaarde opleveren om de blik op de geschiedenis vanuit een meervoudig perspectief te bekijken. Daarom moet men die Turks/Vlaamse jongere de Armeens/Vlaamse jongere nog geen gelijk geven, maar het levert ongetwijfeld winst op als beide jongeren goed van elkaar beseffen welke ‘evidente’ geschiedenisbeelden er zich in het hoofd van de andere bevinden.

 

Het doel van de geschiedenisles is immers ook om de jongeren te laten kennismaken, uiteraard met feit en fictie, maar ook met de verschillende narratieven, waaronder niet alleen het eurocentrische/westerse. Hier respectvol naar elkaar luisteren (burgerzin!) en begrip hebben voor de visie van de anderen is een waarde die voorop moet staan, ondanks het feit dat men het er mogelijk niet mee eens is (basiswaarde democratie).  Ook in blankere scholen dringt deze werkwijze zich op, om het eenzijdige westerse narratief te doorprikken. Een grondige herziening van onze geschiedenishandboeken wereldwijd, lijkt ons bevorderlijk voor het wereldburgerschap!

 

Lessen Geschiedenis zijn soms een heuse evenwichtsoefening, omdat jongeren van landen in conflict of oorlog soms met elkaar in de klas zitten. Het is de bedoeling dat leerkrachten geschiedenis doceren vanuit een helikopterperspectief en rekening houden met de gevoeligheden van hun jongeren. 

 

Hieronder enkele voorbeelden[4]:

 

Nascholingen hierrond kunnen aangevraagd worden bij het GO! Koninklijk Atheneum Antwerpen. Mailen kan naar info@atheneumantwerpen.be.

 

[elementor-template id="4263"]

 

[1]Maarten Van Alstein, Omgaan Met Controverse En Polarisatie in de Klas (Kalmthout: Pelckmans Pro, 2018), 134.

[2] GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, “GO! Pro  - Leerlijn Actief Burgerschap,” Pro.g-o.be (GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, 2015), https://pro.g-o.be/pedagogische-begeleiding-leerplannen-nascholing/aan-de-slag-met-actief-burgerschap/in-het-secundair-onderwijs/toolkit-leerlijn-actief-burgerschap-llab.

[3] Sven Gellens, Lore Deweerdt, and Mieke Enckels, Groeien in Actief Burgerschap Samen Leren Samenleven (Brussel Politeia, 2018).

[4] Wij-Zij Polarisatie, “Praktijkcases,” Wij-Zij Polarisatie (Kazerne Dossin, n.d.), https://wij-zij.be/praktijkcases/.

Wat zeggen de RAN-expert en de diversiteitsexperts van CEAPIRE?

Goed begonnen is half gewonnen: een vragenlijst helpt!

Een goede kennis van je klasgroep is uitermate belangrijk. Het opstellen van een vragenlijst om de jongeren te leren kennen kan hierbij helpen.

 

Vragen als:

 

  • Waar heb je overal al gewoond?
  • Waar ga je op vakantie?
  • Zijn er onderwerpen die je aanspreken binnen geschiedenis? …
  • Waar haal je je nieuwsinformatie? HLN? Al Jazeera?
  • Kijk je naar Vlaamse media?

 

 

Maar ook persoonlijk psychologische vragen:

 

  • Hoeveel broers en zussen heb je?
  • Ben je de oudste?
  • De jongste? Middelste?
  • Wat zijn je hobby's?
  • Geef een negatieve en een positieve eigenschap van jezelf.

 

Door deze vragenlijst, per jongere, grondig te analyseren krijg je al snel een beeld over:

 

  1. Hoe de jongere is als persoon en wat zijn of haar positie is binnen het gezin. Dit leert je hoe hij of zij mogelijk kan reageren. Maar ook hoe de jongere zichzelf ziet, zowel positief als negatief.
  2. De achtergrond van de jongere. Is zijn familie in contact gekomen met oorlogssituaties die we behandelen? Heeft hij of zij nog een sterke relatie met dat land? Heeft hij of zij een brede culturele bagage? Kijkt hij of zij vanuit de thuisvisie naar de wereld? Of is er enige multiperspectiviteit aanwezig?

 

 

Het is een flinke klus om dit in september telkens uit te spitten, maar het loont de moeite. Uit dit overzicht screen je dan als leraar vooraf bij wie mogelijk gevoeligheden liggen (bv. Bosnië, Rwanda, Armeense genocide … ). Spreek de jongeren hierover ook persoonlijk aan. Maak hen erop attent dat het onderwerp zal behandeld worden tijdens de lessen en vraag hen hoe ze hier tegenover staan. Het geeft de jongeren die erg emotioneel zijn een kans om zich te wapenen. Vraag hen ook of ze persoonlijke inbreng willen leveren. Vaak willen ze hier echter geen aandacht rond. Wees menselijk en geef hen hierin wat ruimte. 

europe logo white

THE E-LEARNING TOOL

EUROGUIDE EU flag

This project is co-funded by the Internal Security Fund of the European Union – GA N° 871038