SAMEN LEVEN

Hoe omgaan met controversiële thema’s in de klas?

Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen controverse en polarisatie. Bij polarisatie gaat het over twee kampen die tegenover elkaar worden geplaatst en door de tegenstelling elkaar voeden. Bij controverses gaat het over bepaalde thema’s die voor bepaalde groepen in de samenleving moeilijk bespreekbaar zijn. Beiden vragen een andere aanpak.  Maarten Van Alstein[1] geeft aan waarom.

 

  • Ten eerste is een felle en emotionele discussie niet altijd een probleem. Het democratisch samenleven kan gebaat zijn bij een confrontatie tussen visies. Als het om polarisatie gaat, dreigt het open klasklimaat schadelijke gevolgen te ondervinden: groepen jongeren beginnen elkaar wederzijds te verwerpen.
  • Een tweede reden waarom het belangrijk is een felle discussie niet met polarisatie te verwarren, is dat beide situaties een andere pedagogische aanpak vergen. In geval van polarisatie kunnen leraren proberen de monoloog van een pusher te ontwijken door zich tot de jongeren in het midden te richten, een mildere toon te hanteren en het gespreksonderwerp breed open te trekken en te veranderen. Maar het kan ook gaan om pubers die de klas eens willen testen, of naar manieren zoeken om hun (nog onvoldragen) meningen en opvattingen te ventileren. In dat geval kunnen andere pedagogische strategieën effectiever zijn, bv. door bij de jongere die de hevige uitspraak doet door te vragen naar het hoe en waarom van zijn opvattingen, en ook door de andere jongeren op die heftige uitspraak te laten reageren. De uitspraken worden dan niet ontweken, maar teruggegeven aan de jongeren om zo verder door te denken.

 

In elk geval is er geen reden om te wachten tot de bom barst om over maatschappelijke en controversiële onderwerpen te praten met de jongeren. Het verdient aanbeveling het gesprek over die thema’s juist aan te gaan voordat het woelig wordt. Door jongeren te laten werken rond deze moeilijke thema’s leren ze niet alleen met elkaar praten, argumenten geven en elkaars visies onderzoeken, ze leren ook luisteren én het belang van meerstemmigheid erkennen. Dat heeft een waarde op zich. Een open klasklimaat wordt gestimuleerd, jongeren leren constructief omgaan met verschillen en tegenstellingen. Actief werken rond controversiële thema’s kan ook preventief werken.

[1] Maarten Van Alstein, Omgaan Met Controverse En Polarisatie in de Klas (Kalmthout: Pelckmans Pro, 2018), 134.

Het behoort tot de vakdidactiek van Actief burgerschap om jongeren te leren hoe ze met conflicten en tegenstellingen kunnen omgaan. Zo kunnen we hopen dat maatschappelijke breuklijnen en polarisatie zich minder acuut zullen doorzetten in de klas en op school. Van de leraar verwachten we dat zij of hij inzicht heeft in een aantal perspectieven om controversiële onderwerpen bespreekbaar te maken en technieken kent om gesprekken over deze onderwerpen kwaliteitsvol te begeleiden. Ook wordt verwacht dat zij of hij inzicht heeft in diverse perspectieven om controversiële onderwerpen bespreekbaar te maken.

Bij de modernisering van het secundair onderwijs is Actief burgerschap één van de 16 sleutelcompetenties. Er werden heel wat eindtermen[1] aan gekoppeld die in het curriculum dienen aan bod te komen. Binnen het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap behoort Actief burgerschap tot de corebusiness van hun pedagogisch project [2]. Het GO! ontwikkelde ook een leerlijn Burgerschap.

Ook de andere onderwijsnetten zien Actief burgerschap als een manier om om te gaan met controverses in de klas.

 

[1] https://onderwijsdoelen.be/uitgangspunten/4825

[2] GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, “GO! Pro  - Leerlijn Actief Burgerschap,” Pro.g-o.be (GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, 2015), https://pro.g-o.be/pedagogische-begeleiding-leerplannen-nascholing/aan-de-slag-met-actief-burgerschap/in-het-secundair-onderwijs/toolkit-leerlijn-actief-burgerschap-llab.

Actief burgerschap is het geschikte ‘platform’ om te leren omgaan met controversiële onderwerpen. Binnen de competentie ‘waardenvorming’ leren de jongeren omgaan met conflicten en spanningen. De leerlijn[1] reikt daarvoor de kennisinhouden, vaardigheden en attitudes aan. De leerlijn biedt verschillende didactische werkvormen aan voor een goede omgang met conflicten en spanningen.

 

Didactische werkvormen voor omgang met controverse en polarisatie[2]

De jongeren  staan op een rij en krijgen elk een uitgeschreven personage. De leerkracht leest verschillende situaties of gebeurtenissen voor. Als de situatie voordelig is voor het personage van de jongeren , zetten zij een stap vooruit. Indien de situatie nadelig is, zetten ze een stap achteruit. Nadien vertellen de jongeren  aan de klas in welk personage ze zich moesten inleven en hoe ze het spel ervaren hebben en wat het deed met de eigen identiteit en situatie.

De leerkracht leest een aantal stellingen voor rond het lesonderwerp. De jongeren  moeten aangeven of ze al dan niet akkoord gaan en waarom. Mogelijke uitvoering: met rode en groene kaartjes geven de jongeren  aan wanneer ze akkoord gaan en wanneer niet. De jongeren  die akkoord gaan lopen over een streep naar de andere kant van de klas.

de verschillende “axen” van de “axenroos” van Cuvelier worden op kaartjes geformuleerd. De jongeren  krijgen elk een kaartje toegewezen en een fictieve rol die ze moeten spelen. Nadien moeten ze raden wie welke “ax” heeft vertegenwoordigd. Mogelijke uitvoering: de leraar geeft de jongeren  een beschrijving van een bepaalde situatie. In deze situatie krijgen de jongeren  een bepaalde rol toegewezen. Een jongere krijgt de opdracht om in haar of zijn rol enkel agressieve communicatie te gebruiken. Een andere jongere krijgt de opdracht om enkel subassertieve (onderdanige) communicatie te gebruiken. De jongeren  leven zich in die bepaalde rol in en bootsen zo goed mogelijk het gedrag van de rol na. Nadien staan de jongeren  stil bij de eigen rol en het effect van de vorm van communicatie op de andere rollen.

uit de  Toolkit burgerschapseducatie Universiteit Nederland55F[1].

Gebruik de praatmat om samen met een jongere of een klein groepje jongeren  een verdiepend inzicht in het wederzijdse gedrag te krijgen. In conflictsituaties kan de praatmat ondersteunend werken bij het vinden van oplossingen. Kies de praatmat als gespreksondersteuning om zo samen met de jongere(en) te zoeken naar oplossingen voor een bepaalde situatie. Situaties die al ‘opgelost’ zijn leveren bij een bespreking met de praatmat niet veel extra informatie op. Zet de praatmat zo snel mogelijk in bij actuele situaties. Vooral bij conflictsituaties het liefst nog de dag zelf of enkele dagen later. Op die manier kan de werkvorm ondersteunend werken bij het vinden van oplossingen.

 

[1] Lilian Mouissie, Kitty van Voorst-van Beest, and Mayke Den Ouden, Toolkit Burgerschapseducatie- Doen Wat Werkt! (CED-Groep, 2015), https://onderwijsdatabank.nl/90243/toolkit-burgerschapseducatie/.

Een bepaald verhaal wordt al fluisterend van jongere tot jongere doorgegeven. Wanneer het de hele klas is rondgegaan, vertelt de laatste jongere het verhaal luidop. Het verhaal zal verschillende aanpassingen ondergaan hebben.

 

Mogelijke uitvoeringen: dit spel kan ook via non-verbaal gedrag gespeeld worden. De leerkracht fluistert een jongere een bepaalde emotie of een bepaalde handeling toe. Via non-verbaal gedrag beelden de jongeren  om de beurt de emotie of de handeling uit. De laatste jongere verwoordt luidop wat het non-verbale gedrag volgens hem betekent.

is de meest geprefereerde werkvorm om te werken rond controversiële onderwerpen in de klas. De Democratische Dialoog56F[1] van de Erasmushogeschool Brussel definieert een dialoog als een open, verbindend en onderzoekend gesprek tussen meerdere partners. Doel is het bevorderen van een empathische houding bij de deelnemers die leidt tot een ontmoeting met de anderen vanuit de eigen identiteit, met oog voor wat verbindt en respect voor het verschil. Bedoeling is om samen inzicht te verwerven in een maatschappelijk vraagstuk, proberen tot een consensus te komen rond een actuele vraag, of verschillende visies over een bepaald onderwerp verkennen en naar elkaar leren luisteren. Concrete werkvormen binnen dialoog en discussie kunnen een filosofische dialoog zijn, of “structured academic controversy”. Voor meer informatie over beide werkvormen zie: Omgaan met controverse en polarisatie in de klas57F[2].

 

[1] De Democratische Dialoog, n.d., http://democratischedialoog.be/.

[2] Maarten Van Alstein, Omgaan Met Controverse En Polarisatie in de Klas (Kalmthout: Pelckmans Pro, 2018), 134.

Deze werkvorm illustreert hoe het referentiekader of het perspectief het kijken naar de emotie-uiting bij anderen (interpretatie) kleurt. Elke jongere krijgt een kaartje. Op dit kaartje staat telkens een emotie. Om de beurt beelden de jongeren  de emotie op hun kaartje uit. De rest van de klas moet telkens raden welke emotie de jongere uitbeeldt. Elke jongere beargumenteert haar of zijn antwoord. Het zal duidelijk worden dat niet iedereen elke emotie op dezelfde manier interpreteert.

 

Deze werkvorm beoogt dat jongeren  door overleg elkaars standpunten leren kennen en deze standpunten ook verkennen. De klas wordt verdeeld in kleine groepjes. Elke groep krijgt een gevolgenschema. jongeren  kunnen ook de opdracht krijgen om dit gevolgenschema zelf te tekenen. De leraar beschrijft een situatie. Bij ‘alternatieven’ in het gevolgenschema noteert elke groep minstens drie oplossingen of methoden van aanpak. Bij ‘gevolgen’ in het gevolgenschema noteert elke groep bij elke oplossing minstens een gevolg. De oefening kan eerst individueel of meteen in groep worden uitgevoerd. In groep overleggen de jongeren : waarom heeft iemand een voorkeur voor een bepaalde oplossing? Beïnvloedt het gevolg de haalbaarheid van de oplossing?

Deze werkvorm beoogt een actieve luisterhouding en het ontdekken van elkaars perspectief. Vorm duo’s. Elk paar gaat aan tafel tegenover elkaar zitten. Verspreid de duo’s over het lokaal. Geef elk paar een grote kaft en laat die kaft tussen beide jongeren  zetten als een soort scherm. Leg de opdracht als volgt uit: zeg dat de jongeren  gaan puzzelen. jongere 1 krijgt een set puzzelstukken en een tekening van de afgewerkte puzzel (= het resultaat). jongere 2 krijgt enkel de puzzelstukken (dezelfde als de partner). Het is de bedoeling dat jongere 1 instructies geeft aan jongere 2 die de puzzel maakt en dus de instructies van jongere 1 volgt. Belangrijk is dat er niet over het scherm gekeken wordt. Er mag gepraat worden, er mogen vragen gesteld worden, maar de jongeren  mogen niet naar de puzzelstukken van de partner kijken. Ook mogen er geen tekens gegeven worden. Deel de puzzelstukken uit. Geef de personen 1 minuut de tijd om hun puzzelstukken juist te leggen, help waar nodig en geef dan het startsein. Indien de groep te groot is om voldoende afstand te creëren tussen de duo’s, kan je ook trio’s vormen en vragen dat er telkens één jongere observeert.

Controversiële onderwerpen kunnen zich ook lenen voor langduriger projecten. Het vak PAV is bijvoorbeeld geschikt. Voor meer informatie over beide werkvormen zie: Omgaan met controverse en polarisatie in de klas58F[1].

 

[1] Maarten Van Alstein, Omgaan Met Controverse En Polarisatie in de Klas

Heel wat organisaties hebben educatief materiaal ontwikkeld. Vaak kunnen die organisaties ook op school een workshop komen houden. UNICEF en Plan België hebben een aanbod59F[1] ontwikkeld voor lagere scholen.  Democratische Dialoog60F[2] beschikt over experts en dialoogcoaches die scholen ondersteunen als de communicatie verhinderd wordt door levensbeschouwelijke of andere knelpunten. Het Vredescentrum in Antwerpen61F[3] biedt voor scholen een workshop “Clash of conflicts” aan, waarin jongeren  uit het tweede en derde leerjaar van het secundair onderwijs het gesprek aangaan over persoonlijke én maatschappelijke conflicten.
Uitstap naar Kazerne Dossin en Fort van Breendonk62F[4]: De jongeren  komen in contact met de gevolgen van polarisering en discriminatie. Op basis van dit bezoek kunnen de jongeren  een vergelijkende studie maken tussen discriminatie van minderheidsgroepen (bijvoorbeeld Joden) in de aanloop naar WOII en de discriminatie van minderheidsgroepen vandaag.

 

[1] “Educatief Lesmateriaal | UNICEF België,” Unicef, n.d., https://www.unicef.be/nl/kinderrechteneducatie/educatief-lesmateriaal.

[2] De Democratische Dialoog, n.d., http://democratischedialoog.be/.

[3] “Clash of Conflicts,” Vredescentrum Antwerpen, n.d., https://www.vredescentrum.be/project/secundair-onderwijs/clashofconflicts.html.

[4] “Met de Klas,” Kazerne Dossin, n.d., https://www.kazernedossin.eu/NL/Bezoek/Met-de-klas.

toneel, plastische kunsten, video en fotografie, elke kunstvorm biedt aanknopingspunten om educatieve projecten op te zetten. Zie bijvoorbeeld Athena Syntax63F[1]. Voor meer informatie over beide werkvormen zie: Omgaan met controverse en polarisatie in de klas64F

 

[1] GO! Koninklijk Atheneum Antwerpen, “Art Education Programme,” Athena Syntax (GO! Koninklijk Atheneum Antwerpen, n.d.), https://athenasyntax.org.

[1] GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, “GO! Pro  - Leerlijn Actief Burgerschap”

[2] GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, “GO! Pro  - Leerlijn Actief Burgerschap”

[1] GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, “GO! Pro  - Leerlijn Actief Burgerschap”

[2] GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, “GO! Pro  - Leerlijn Actief Burgerschap”

De diversiteitsexperts verwijzen naar de verschillende casussen besproken in deze handleiding.

 

Onder impuls van de Europese Commissie werden twee handleidingen ontwikkeld: Teaching Controversial Issues[1] en Managing Controversy[2]. Beide handleidingen werden in meerdere Europese talen vertaald en:

 

  • Ondersteunen scholen om een beleidsmatig kader te ontwikkelen om met controversiële thema’s om te gaan.
  • Ondersteunen leerkrachten om via universele tools controversiële thema’s bespreekbaar te maken tijdens hun lessen.

 

Deze handleidingen reiken universele kaders aan die zeer bruikbaar zijn om controversiële thema’s te bespreken: TEACHING CONTROVERSIAL ISSUES  en MANAGING CONTROVERSY

 

Ook het schema van multiperspectiviteit van Patist en Wansink[3], besproken op de RAN-meeting COVID-19 narratives that polarise[4] van 10 december van is zeer bruikbaar.

 

We verwijzen eveneens naar de RAN-paper Dealing with fake news, conspiracy theories and propaganda in the classroom69F[5] van november 2017.

 

[1] David Kerr and Ted Huddleston, “Teaching Controversial Issues. Professional Development Pack for the Effective Teaching of Controversial Issues Developed with the Participation of Cyprus, Ireland, Montenegro, Spain and the United Kingdom and the Support of Albania, Austria, France and Sweden” (Strasbourg: Council of Europe, 2015), https://edoc.coe.int/en/human-rights-democratic-citizenship-and-interculturalism/7738-teaching-controversial-issues.html#.

[2] David Kerr and Ted Huddleston, “Managing Controversy - Developing a Strategy for Handling Controversy and Teaching Controversial Issues in Schools” (Strasbourg: Council of Europe., 2017), https://book.coe.int/en/human-rights-democratic-citizenship-and-interculturalism/7247-managing-controversy-developing-a-strategy-for-handling-controversy-and-teaching-controversial-issues-in-schools.html.

[3] Jaap Patist and Bjorn Wansink, “Lesgeven over Gevoelige Onderwerpen: Het Aangaan van Een Moeilijk Gesprek in de Klas,” Kleio 4 (2017): 44–47.

[4] RAN: Radicalisation Awareness Network, “COVID-19 Narratives That Polarise” (RAN: Radicalisation Awareness Network, December 2020), https://ec.europa.eu/home-affairs/sites/homeaffairs/files/what-we-do/networks/radicalisation_awareness_network/about-ran/ran-c-and-n/docs/ran_paper_covid-19_stories_that_polarise_20201112_en.pdf.

[5] Steven Lenos and Jordy Krasenberg, “Dealing with Fake News, Conspiracy Theories and Propaganda in the Classroom” (RAN - Centre of Excellence, November 2017), https://ec.europa.eu/home-affairs/sites/homeaffairs/files/what-we-do/networks/radicalisation_awareness_network/about-ran/ran-edu/docs/ran_edu_dealing_fake_news_conspiracy_theories_propaganda_classroom_29-30_11_2017_.pdf.

europe logo white

THE E-LEARNING TOOL

EUROGUIDE EU flag

This project is co-funded by the Internal Security Fund of the European Union – GA N° 871038